Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Chaotische taferelen

[87] Van de rest kan ik niet precies vertellen hoe iedere Pers of Griek heeft gevochten. De verrichtingen van Artemisia echter waren als volgt en deden haar nog meer in achting stijgen bij de Perzische koning.

Het schip van Artemisia

Toen de situatie van de Perzische koning in een grote chaos was uitgemond, werd op dat hachelijke moment het schip van Artemisia nagezeten door een Attisch schip.[1] Zij kon niet ontsnappen – vóór haar lagen andere schepen van haar kamp en dat van haar lag het dichtst bij de tegenstanders – en besloot iets te doen wat achteraf succesvol bleek. Nagezeten door het Attische schip botste zij in volle vaart op een bevriend schip met een bemanning uit Kalynda en aan boord uitgerekend Damasithymos, koning van Kalynda.[2] Misschien had zij met hem ruzie gekregen, toen zij nog bij de Hellespont waren, maar ik kan beslist niet zeggen of zij dat met opzet deed of dat het schip uit Kalynda wel heel toevallig haar in de weg zat. Door erop te botsen en het tot zinken te brengen had zij geluk en bewees zichzelf twee goede diensten: toen de scheepscommandant van het Attische schip haar de botsing met een schip van de Perzen zag maken, dacht hij dat het schip van Artemisia een Grieks schip was of dat het van Perzische zijde overliep en hen kwam helpen, en maakte rechtsomkeert en richtte zich op andere schepen.

[88] Zo had zij aan de ene kant het geluk te kunnen ontsnappen en niet om te komen. Aan de andere kant wilde het toeval dat zij door een slechte manoeuvre vanaf dat moment de grootste achting genoot van de kant van Xerxes. Er wordt verteld dat de Perzische koning, toen hij toekeek, besefte dat het schip een botsing maakte en dat een van de omstanders opmerkte: “Heer, ziet u wat een geweldige strijd Artemisia levert en een schip van de vijanden heeft doen zinken?” Hij vroeg of dat werkelijk een actie van Artemisia was, wat door de anderen werd bevestigd, want zij herkenden duidelijk haar embleem.[3] Zij wisten niet beter of het tot zinken gebrachte schip was van de vijand.[4]

Zij had, zoals gezegd, bij deze gebeurtenissen geluk, vooral doordat geen bemanningslid van het schip uit Kalynda het overleefde en het kon navertellen. Volgens zeggen reageerde Xerxes op de uitleg die ze gaven met de woorden: “Mijn mannen zijn vrouwen geworden en mijn vrouwen mannen.”[5]

Verdrinkingsdood van de Perzen

[89] Dat was naar verluidt Xerxes’ reactie. Tijdens dat gevecht sneuvelde legeraanvoerder Ariabignes, zoon van Dareios, broer van Xerxes, en naast hem vonden ook vele andere voorname Perzen, Meden en bondgenoten de dood, maar ook een klein aantal Grieken. Omdat de Grieken van wie de schepen verloren gingen, konden zwemmen, bereikten zij, voor zover zij niet in een gevecht van man tot man waren omgekomen, zwemmend Salamis. De meeste Perzen kwamen in de zee om, omdat zij niet konden zwemmen. De meeste schepen gingen verloren, toen die op de eerste rij op de vlucht sloegen.[6] Zij die achteraan waren opgesteld, wilden met hun schepen passeren en voorop varen om ook zelf een actie te laten zien aan de Perzische koning, maar botsten op hun eigen schepen, toen die bezig waren te vluchten.

Foeniciërs gestraft

[90] In die chaos gebeurde ook het volgende. Een aantal Foeniciërs van wie de schepen verloren waren gegaan, ging naar de Perzische koning en gaf de Ioniërs de schuld: het kwam door hen dat hun schepen waren vergaan, want zij hadden verraad gepleegd. Nu liep dit zo af dat niet de legeraanvoerders van de Ioniërs gedood werden, maar de Foeniciërs, die hen de schuld gaven, ongeveer als volgt hun straf kregen.

Terwijl zij nog bezig waren hun beschuldigingen uit te spreken, viel een schip uit Samothrake een Attisch schip aan.[7] Dit zonk en een Aiginetisch schip dat te hulp kwam, bracht het schip van de Samothrakiërs tot zinken. Omdat de Samothrakiërs speerwerpers waren, schoten zij op de bemanning van het schip dat hen tot zinken had gebracht, joegen die ervan af, klommen aan boord daarvan en veroverden het.

Die gebeurtenis betekende de redding voor de Ioniërs: Xerxes had hen een geweldige actie zien verrichten en concentreerde zich op de Foeniciërs, want hij liet, meer dan getergd als hij was en bereid wie dan ook de schuld te geven, hun hoofden afhakken. Zo zorgde hij ervoor dat wie zelf slecht was, de ander, die beter was, niet kon beschuldigen.

Vanuit zijn zetel aan de voet van de berg tegenover Salamis, Aigaleos geheten, vroeg Xerxes telkens, wanneer hij een van zijn mensen een bijzondere prestatie in het zeegevecht had zien leveren, wie dat was, en liet zijn ambtenaren[8] de naam van de kapitein en die van zijn vader en zijn stad noteren.[9] Verder had je nog Ariaramnes,[10] een Pers en sympathisant van de Ioniërs, die bijdroeg aan het vreselijke lot van de Foeniciërs.[11]


Aanbevolen literatuur

Artemisia speelt in het werk van de schrijver op drie plaatsen een prominente rol. Zij neemt deel aan de Perzische vloot met een contingent van vijf schepen (boek 7, hfdst. 99), adviseert Xerxes om niet direct een zeegevecht met de Grieken bij Salamis aan te gaan (boek 8, hfdstt. 68-69) en levert een bijzondere prestatie tijdens dat zeegevecht (boek 8, hfdstt. 87-88). De bijzondere aandacht die de schrijver voor haar heeft, wordt verklaard door Nick Ackert, Tyrannos, Rhetor and Strategos: Herodotus’ Athenian Artemisia, art. Harvard University (2017).


[1] In hfdst. 93 blijkt dat het schip te zijn van de in hfdst. 84 genoemde Ameiniës; het is niet helemaal duidelijk of het daar door hem geramde schip van de Perzische vloot dat van Artemisia is.

[2] Hij wordt samen met andere kopstukken reeds in boek 7 (hfdst.98) genoemd.

[3] Het embleem, een episemon (Gr. ἐπίσημον) of semeion (Gr. σημεῖον),was op de boeg van ieder schip getekend.

[4] Een andere conclusie zou Xerxes zeer onwelgevallig zijn geweest en tot repercussie hebben geleid.

[5] De schrijver Polyainos (2de eeuw) citeert de woorden: “Ach, Zeus, u heeft van mannen vrouwen gemaakt en van vrouwen mannen” (Strategemata 8.53.5).

[6] De zee-engte bij Salamis bood te weinig ruimte voor de Perzische vloot om één linie te vormen; Aischylos (Perzen r. 366) spreekt over drie stoichoi (Gr. στοῖχοι), rijen.

[7] Het eiland Samothrake was Ionisch gebied; de verrichtingen van het schip weerspraken de aantijgingen van de Foeniciërs.

[8] Het zijn dezelfde ambtenaren die voor de Perzische koning aantekeningen maakten bij de inspectie van de troepen in boek 7 (hfdst. 100).

[9] Deze zin komt uit de lucht vallen en past beter aan het eind van hfdst. 85 (voorstel van Reginald Walter Macan, Herodotus, The Seventh, Eighth and Ninth Books, Cambridge Univ. Press 1908, pag. 501, voetnoot bij r. 19).

[10] Deze naam wijst op een afkomst van het huis van de Achaimeniden (zie boek 7, hfdst. 11).

[11] Deze tekst is hier corrupt, want de laatste zin kan net zo goed aansluiten bij de vorige alinea, als in het Grieks niet προσεβάλετο, ‘hij droeg bij aan’, maar προσελάβετο, ‘hij nam deel aan’ wordt gelezen: “Ook Ariaramnes, een Pers en vriend van hen, was daarbij en onderging ook het vreselijke lot van de Foeniciërs.” (Vgl. opm. 9.)