Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

De dood van Leonidas

[223] Xerxes had na zonsopgang plengoffers gebracht en wachtte tot halverwege de ochtend,[1] voordat hij tot de aanval overging. Dit deed hij op instructie van Epialtes: de afdaling van de berg is sneller en de afstand veel korter dan de omtrekkende route en beklimming.[2] Xerxes rukte met zijn Perzen op en Leonidas en zijn Grieken kwamen hen tegemoet in het bredere deel van de pas, nu veel verder dan eerst,[3] alsof zij een uitbraak deden die alleen tot de dood kon leiden. In de dagen ervoor vochten zij door zich te laten terugvallen in de nauwe ruimtes, terwijl er gepost werd bij het versterkte deel van de muur.

Zweepslagen

Op die dag[4] echter vochten zij voorbij het smalle gedeelte. Het aantal Perzen dat de dood vond was groot, want de leiders van de afdelingen dreven vanachteruit al hun soldaten steeds weer naar voren door met zwepen op hen in te slaan. Velen van hen kwamen in de zee terecht en verdronken; het overgrote deel van de soldaten liep elkaar levend onder de voet.

De verliezen waren niet te tellen. In de wetenschap dat de dood hen wachtte met de komst van de anderen die hen vanuit de berg omsingelden, boden de Grieken zo krachtig mogelijk weerstand tegen de Perzen en ze deden dat met aan roekeloosheid grenzende doodsverachting.

Driehonderd helden

[224] De speren van de meesten van hen waren op dat moment al doormidden gebroken en nu probeerden zij de Perzen met hun zwaarden af te maken. Bij dat gevecht is Leonidas op dappere wijze gesneuveld en samen met hem nog meer vermaarde Spartanen, van wie ik de namen ken: allen mannen die hun reputatie hebben waargemaakt. Ik ben de namen tegengekomen van álle driehonderd.[5]

Ook aan Perzische kant zijn in dat gevecht vele mannen van aanzien gesneuveld, onder wie ook twee zonen van Dareios, Abrokomes en Hyperanthes, die hij had gekregen bij Fratagoune, dochter van Artanes. Artanes was een broer van koning Dareios en zoon van Hystaspes, zoon van Arsames. Toen hij zijn dochter aan Dareios ten huwelijk gaf, droeg hij zijn hele vermogen aan hem over, want zij was zijn enig kind.[6]

Zware gevechten

[225] Blijkbaar zijn op die dag twee broers van Xerxes gesneuveld, toen zij om het lijk van Leonidas vochten. Er ontstond een langdurig handgemeen tussen Perzen en Lakedaimoniërs, totdat de Grieken op dappere wijze hem bij de anderen wisten weg te halen en zij tot vier keer toe hun tegenstanders terugdrongen.[7] Dat was het verloop van het gevecht, totdat Epialtes en zijn mannen verschenen.

Toen de Grieken hun komst hadden bemerkt, nam vanaf dat moment het gevecht snel een andere wending. Zij weken terug naar het nauwe gedeelte van de passage, passeerden de muur en namen allen bij elkaar plaats op de heuvel, met uitzondering van de Thebanen.[8] Het is de heuvel bij de toegang tot de pas, waar nu de leeuw van steen ter nagedachtenis aan Leonidas staat opgesteld.[9]

Terwijl zij zich op die plek met hand en tand verweerden en, wie die nog had, met dolken, lieten de Perzen een regen van projectielen op hen neerdalen. Een deel van hen viel hen van voren aan en had een bres in het versterkte deel van de muur geslagen, een ander deel[10] had hen van alle kanten omsingeld en zich om hen heen opgesteld.

Zonlicht weggenomen

[226] De Lakedaimoniërs en Thespiërs mogen dan even dapper geweest zijn, naar verluidt was er toch één de dapperste: de Spartaan Diënekes. Hij was het die volgens zeggen de hiervolgende uitspraak deed, voordat zij met de Perzen slaags raakten. Hij had van een Trachiniër begrepen dat, wanneer de Perzen hun projectielen afschieten, zij met het grote aantal pijlen het zonlicht wegnemen; zó groot is dat aantal waarmee zij schieten. Hij was hiervan niet geschrokken, maar zei, terwijl hij de Perzische overmacht ignoreerde: “Alles wat de vreemdeling uit Trachis meldt, pakt voor ons gunstig uit, want als de Perzen het zonlicht wegnemen, zal het gevecht tegen hen niet in het zonlicht, maar in de schaduw plaatsvinden.” Om deze en andere, vergelijkbare uitspraken die hij volgens zeggen deed, wordt de Lakedaimoniër Diënekes herinnerd.

[227] Na hem worden twee Spartaanse broers geroemd om hun dapperheid: Alfeos en Maron, zonen van Orsifantos. De Thespiër die zich het meest onderscheidde, was de man met de naam Dithyrambos, zoon van Harmatides.

Grafschriften

[228] De mannen zijn daar waar zij gesneuveld zijn, begraven en ter nagedachtenis van hen en de anderen die waren omgekomen, vóórdat zij door Leonidas naar huis waren gestuurd, is een inscriptie aangebracht met de volgende tekst:

“Eens vochten hier tegen drie miljoen[11]
vierduizend uit de Peloponnesos.”[12]

Het eerste grafschrift in Hist. 7.228.

Zo luidt de inscriptie voor allen. Voor de Spartanen geldt een aparte:

“Vreemdeling, bericht de Lakedaimoniërs dat wij hier
liggen, omdat wij naar hun woorden hebben geluisterd.”[13]

Het tweede grafschrift in Hist. 7.228.

Die hierboven is bedoeld voor de Lakedaimoniërs, de volgende voor de ziener:

“Dit is het gedenkteken voor de beroemde Megistiës, die eens door de Perzen
is gedood, toen zij de rivier Spercheios hadden overgestoken,
de ziener die, hoewel hij toen zijn levenseinde zag naderen,
het niet verdroeg de aanvoerders van Sparta in de steek te laten.”

Het derde grafschrift in Hist. 7.228.

Het waren de Amfiktyonen die hen met inscripties en grafzuilen eerden. Dit geldt niet voor de inscriptie voor de ziener Megistiës, want die is door Simonides, zoon van Leoprepes, opgesteld,[14] omdat zij vrienden van elkaar waren.


[1] Het Grieks gebruikt hier als tijdsaanduiding ‘bij volle markt’, agorēs plēthōrē (Gr. ἀγορῆς πληθώρη).

[2] De troepen van Hydarnes hadden volgens Epialtes’ berekening een hele nacht nodig om de berg te beklimmen, maar slechts een halve ochtend om af te dalen.

[3] De vorige tactiek is beschreven in hfdst. 211.

[4] Het beslissende gevecht moet ergens aan het einde van augustus 480 vóór Christus hebben plaatsgevonden.

[5] Dit aantal is vermeld in hfdst. 202.

[6] Artanes had geen mannelijke erfgenamen, waardoor het familiebezit in handen kwam van het meest verwante mannelijk familielid, in dit geval zijn schoonzoon.

[7] Bewust of onbewuste reminiscentie aan Homeros’ Ilias (17.274 e.v.), waar de Grieken en Trojanen vechten om het lijk van Patroklos: “eerst dreven de Trojanen de Grieken met hun bolle ogen weg, maar trokken zich terug en lieten het lijk achter…”, ὦσαν δὲ πρότεροι Τρῶες ἑλίκωπιδας Ἀχαίους· νεκρὸν δὲ προλιπόντες ὑπέτρεσαν.

[8] Waarschijnlijk hebben de Thebanen zich aan het eind van de strijd uit de voeten gemaakt of waren naar de Perzen overgelopen.

[9] Er waren meer heuvels bij Thermopylai, maar deze ene was de schrijver bekend om het gedenkmonument voor Leonidas.

[10] De Perzen wel te verstaan die onder aanvoering van Hydarnes over het voetpad waren gekomen.

[11] Een globaal getal vergeleken bij de nauwkeurige tellingen in hfdstt. 185 & 186.

[12] Vgl. hfdst. 202; de tekst is geen grafschrift in strikte zin.  

[13]  Die woorden zijn een verwijzing naar de strenge, Spartaanse wetgeving.

[14]  Dezelfde Simonides heeft de dood van de Eretriër Eualkides, gesneuveld in Efesos na het beleg van Sardes door de Ioniërs, bezongen (zie boek 5, hfdst. 102).