Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Fokenzers getest

[17] Terwijl Mardonios met zijn leger in Boiotia bivakkeerde, leverden alle Grieken die daar woonden en voor de zijde van de Perzen hadden gekozen troepen en verleenden steun aan de invasie in Athene. Alleen de Fokenzers werkten hieraan niet mee. Ook zij kozen uitdrukkelijk voor de Perzen, maar dat gebeurde niet uit vrije wil, maar onder dwang.[1]

Manschappen uit Fokis

Enkele dagen na Mardonios’ aankomst in Thebe arriveerden duizend zwaarbewapende soldaten uit Fokis onder aanvoering van Harmokydes, een van hun prominentste burgers. Toen ook zij zich bij de anderen in Thebe hadden gevoegd, stuurde Mardonios ruiters op hen af en gaf hen het bevel om zich op een afgezonderde plek in de vlakte op te stellen. Dat deden ze en meteen verscheen de voltallige ruiterij. Daarna verspreidde zich als een lopend vuurtje onder de Grieken in het Perzische leger het gerucht dat ze hen zouden neerschieten. Hetzelfde deed zich ook bij de Fokenzers zelf voor.

Toespraak van de aanvoerder

Dat was het moment waarop hun aanvoerder Harmokydes hen met ongeveer deze woorden moed wilde inspreken: “Fokenzers, het valt niet te ontkennen dat dit volk ons wil trakteren op de dood. Daarop konden we wachten, want zijn het niet de Thessaliërs die ons in een kwaad daglicht hebben gesteld? Dat denk ik. Nu moet eenieder van jullie zich een voortreffelijk man betonen. Het is beter door je actief te verdedigen de dood in te gaan dan passief je op meest schandelijke wijze laten afslachten. Eenieder van hen moet begrijpen dat zij de wilden[2] zijn die een moord op Grieken op hun geweten hebben.”

Rechtsomkeert

[18] Zo vuurde hij ze aan. Toen de ruiters hen hadden omsingeld, reden ze op hen in om ze te doden. Ze richtten hun pijlen en stonden op het punt ze af te vuren. Het kon best zo zijn dat een van hen dat ook deed. De Fokenzers stelden zich tegenover hen op; ze hadden zich samengetrokken en zich in alle richtingen zo compact mogelijk opgesteld. Ineens maakten de ruiters rechtsomkeert en reden terug.  

Ik kan niet met zekerheid zeggen of zij op verzoek van de Thessaliërs de Fokenzers kwamen doden,[3] maar toen ze zagen dat zij zich op de verdediging concentreerden, werden ze bang om zelf in de pan gehakt te worden en reden daarom terug. Dat was op bevel van Mardonios; misschien wilde hij wel testen hoe groot hun strijdvaardigheid was.

Meevaller

De ruiters hadden zich teruggetrokken, waarop Mardonios een heraut stuurde met de mededeling: “Wees gerust, Fokenzers. Jullie hebben laten zien dat jullie voortreffelijke mannen zijn en dat was niet wat mij werd verteld. Voer ook nu deze oorlog met deze inzet, want waarmee jullie ons belonen kan door mij noch door de koning worden gecompenseerd.”

Dat was voor de Fokenzers een grote meevaller.


[1] Over de anti-Perzische houding van de Fokenzers heeft de schrijver gesproken in boek 8, hfdstt. 27-33.

[2] In de brontekst wordt het woord barbaroi (Gr. βάρβαροι) gebruikt, doorgaans een benaming voor niet-Grieks sprekende volkeren; hier heeft het duidelijk de negatieve connotatie van een volk dat de Grieken aan hen ondergeschikt achtten.

[3] De slechte verstandhouding tussen de Fokenzers en de Thessaliërs is beschreven in boek 8, hfdst. 27 e.v.