Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Geiten en varkens

[46] Geiten en bokken worden door de genoemde Egyptenaren[1] niet geofferd en wel hierom. De inwoners van Mendes rekenen Pan tot de acht goden en zeggen dat die acht de voorgangers van de twaalf goden waren. De schilders en beeldhouwers stellen Pan in hun portretten en beelden voor precies zoals de Grieken dat doen, met een geitenkop en bokkepoten, niet omdat hij in hun ogen er zo uitzag, maar omdat ze hem met de andere goden gelijkstelden.[2] Waarom ze hem zo voorstellen, wil ik liever niet benoemen.

De inwoners van Mendes vereren álle geiten, de mannelijke meer dan de vrouwelijke exemplaren en ook hun herders genieten veel aanzien. Een van die geiten wordt het meest vereerd en wanneer deze is gestorven, hult het hele district Mendes zich in diepe rouw. In het Egyptisch betekent Mendes zowel ‘bok’ als ‘Pan’. Toen ik er was, vond er in dat district dit wonder plaats: een bok had in het openbaar seks met een vrouw.[3] Het werd het gesprek van de dag.[4]

Het varken is onrein

[47] Het varken wordt door de Egyptenaren beschouwd als een onrein dier. Als een van hen bij het passeren in aanraking komt met een varken, spoelt hij zich met kleren en al af door in de rivier te stappen. Zwijnenhoeders, ook al zijn het geboren Egyptenaren, zijn de enigen van allen die geen toegang tot een tempel hebben. Verder is niemand bereid z’n dochter aan hen uit te huwelijken of met een vrouw uit hun midden te trouwen. De zwijnenhoeders huwelijken uit in eigen kring en trouwen onder elkaar.

Egyptenaren keuren het af om varkens te offeren aan de andere goden; ze offeren varkens alleen aan Selene[5] en Dionysos op hetzelfde tijdstip, dat wil zeggen tijdens dezelfde volle maan, waarna ze van het vlees eten. Waarom ze de varkens bij de overige feesten verafschuwen, maar die bij dát feest wel offeren, daarover wordt door de Egyptenaren een reden opgegeven. Ik ken die wel, maar het is tamelijk ongepast dat ik die uitleg.[6]

Het varkensoffer aan Selene wordt op de volgende wijze gebracht. Wanneer de priester het varken offert, pakt hij de punt van de staart, de milt en het darmvlies bijeen en bedekt het helemaal met buikvet, waarna hij het aan het vuur prijsgeeft.[7] Wat van het vlees overblijft, eten ze bij volle maan, wanneer ze de dieren offeren. Het is niet te verwachten dat ze op een andere dag daarvan eten. De armen onder hen kneden, omdat ze het niet breed hebben, varkens van deeg van tarwemeel, die ze, na die te hebben gebakken, offeren.

Offerfeest voor Dionysos

[48] Op de vroege avond van het feest slacht eenieder voor z’n huisdeur een big voor Dionysos en geeft hem aan de zwijnenhoeder die hem verkocht heeft, om hem mee te nemen. Voor het overige wordt het feest ter ere van Dionysos door de Egyptenaren bijna op dezelfde manier gevierd als bij de Grieken, alleen zonder koren. In plaats van fallussen[8] hebben ze iets anders bedacht: poppen, ongeveer een halve meter groot,[9] die bewegen door aan touwtjes te trekken en door vrouwen door de dorpen worden rondgedragen, terwijl de penis, niet veel kleiner dan de rest van het lichaam, op en neer wipt. Iemand loopt voorop met een fluit, gevolgd door de vrouwen die voor Dionysos liederen zingen. Waarom de poppen zo’n grote penis hebben en alleen dat lichaamsdeel bewegen, wordt uitgelegd in een heilig verhaal.[10]

Melampous

[49] Ik denk dat Melampous, zoon van Amytheon,[11] niet onwetend was van dat offer, maar ermee bekend was. Melampous immers is de man die de Grieken heeft verklaard hoe het zit met de naam ‘Dionysos’, diens offerfeest en de fallusoptocht.[12] Strikt genomen heeft hij de dingen verklaard zonder details te geven. Geleerden die na hem kwamen, hebben een ruimere verklaring gegeven. Melampous is wel degene die instructies heeft gegeven voor het in optocht ronddragen van de fallus voor Dionysos en wat de Grieken doen, doen ze omdat ze dat van hém hebben geleerd. Het is mijn stelling dat Melampous een slimme man was en zich de zienerskunst heeft eigen gemaakt. In Egypte heeft hij vele dingen opgestoken en de Grieken onder andere zaken geleerd die over Dionysos gaan, zonder veel veranderingen daarin te hebben aangebracht. U zult mij niet horen zeggen[13] dat wat in Egypte wordt gedaan toevallig overeenkomt met dat in Griekenland. Het zou identiek zijn aan wat de Grieken doen, en niet kortgeleden zijn geïntroduceerd. Ik zal evenmin beweren dat de Egyptenaren op een of andere wijze het een of andere gebruik van de Grieken hebben overgenomen. Ik denk op de eerste plaats dat Melampous de zaken die over Dionysos gaan, heeft meegekregen van Kadmos uit Tyros en zijn metgezellen die vanuit Foenicië zijn aangekomen in het gebied dat nu Boiotia heet.

Aanbevolen literatuur

Melampous’ optreden hier en elders (boek 9, hfdst. 34) in het werk van de schrijver wordt nader belicht door Vivienne J. Gray, Herodotus on Melampus, in: Emily Baragwanath & Mathieu de Bakker (ed.), Myth, Truth and Narrative in Herodotus, Oxford University Press (2012), hfdst. 6.  


[1] De inwoners van Mendes die in hfdst. 42. zijn genoemd. 

[2] Egyptenaren beeldden hun goden uit met dierenhoofden.

[3] De copulatie tussen vrouw en ‘bokkengod’ zal in de tempel hebben plaatsgevonden.

[4] De brontekst is naar alle waarschijnlijkheid corrupt, zeker gezien de plotselinge overgang naar het onderwerp over varkens in het volgende hoofdstuk; de hier gebruikte term epidexis (Gr. ἐπίδεξις) betekent zoiets als “publicatie”, maar misschien is ekplexis (Gr. ἔκπληξις), “verbijstering”, een goede optie.

[5] De maangodin (Gr. Σελήνη) is verder geen gangbare godheid bij de Egyptenaren; het aan haar gewijde feest zal in de nachtelijke uren zijn gevoerd.

[6] Zoals vaker geldt hier respect voor religieuze ceremonies; Ploutarchos (Moralia 354A sive De Iside et Osiride 8) vertelt het verhaal van Typhon die op zwijnenjacht op de grafkist van Osiris (= Dionysos) stuitte en de inhoud ervan verstrooide, maar hij zegt er meteen bij dat het niet door iedereen wordt geloofd (οὐ πάντες ἀποδέχονται).

[7] De in de brontekst gebruikte term is katagizein (Gr. καταγίζειν), het brengen van een offer aan de doden, een ceremonie die gehouden werd voor Dionysos, i.e. Osiris.

[8] De falloforia (Gr. φαλλoφορία), het ronddragen van reusachtige fallussen, was bij de Grieken een vast onderdeel tijdens optochten ter ere van Dionysos.

[9] Omprecies te zijn ‘bijna een el’ (een el, Gr. πῆχυς, was een lengtemaat van 46 cm.). 

[10] D.w.z. dat de schrijver uit respect voor de godsdienstige ceremoniën hierover niet zal uitweiden (vgl. opm. 6).

[11] Ziener en arts, legendarisch om zijn profetische gaven.

[12] M.a.w. Melampous is de stichter van de Dionysoscultus in Griekenland.

[13] Een van de zeldzame gevallen waarin de schrijver zelf (in de ik-vorm) zich tot de lezer c.q. toehoorder richt.