Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Spartanen gestraft, Thebanen lopen over

[229] Er wordt verteld dat twee van die 300, Eurytos en Aristodemos, de mogelijkheid hadden om, als zij het met elkaar eens waren geweest, samen veilig terug te keren naar Sparta – zij waren door Leonidas uit het legerkamp gestuurd en hielden in Alpenoi het bed vanwege ernstige aandoeningen aan hun ogen – óf samen met de rest te sterven, als zij niet naar huis wilden terugkeren. Nu zij de keuze hadden uit een van die twee, konden zij het niet met elkaar eens worden en verschilden grondig van mening. Toen Eurytos hoorde van de omsingeling door de Perzen, vroeg hij om zijn wapenrusting, deed die om en beval z’n heloot hem naar het strijdtoneel te brengen.[1] Zodra deze hem er had gebracht, ging de heloot ervandoor; Eurytos wierp zich in de strijd en sneuvelde.

Woede om lafheid

Aristodemos ontbrak het aan moed en bleef achter. Was Aristodemos doodziek alleen naar Sparta teruggekeerd of waren beiden samen thuisgekomen, de Spartanen hadden volgens mij hen niets verweten. Maar nu de een van hen was omgekomen en de ander geen enkele andere reden had dan niet te willen sterven, was het onvermijdelijk dat zij buitengewoon woedend op Aristodemos waren.

Getreuzel

[230] Op die manier en met zo’n beweegreden is Aristodemos veilig naar Sparta teruggekeerd. Dat is één versie van het verhaal. Anderen vertellen dat hij als boodschapper vanuit het legerkamp op weg was gestuurd en voor het gevecht dat was uitgebroken, op tijd kon zijn, maar daarin geen zin had. Hij wachtte onderweg en bleef in leven; zijn collega-boodschapper bereikte wél het slagveld en stierf er.

Naam gezuiverd

[231] Eenmaal terug in Sparta kreeg Aristodemos veel kritiek en hoon over zich. Hij werd tot eerloos burger verklaard en dat merkte hij aan het volgende: geen Spartaan ontstak voor hem vuur[2] of sprak met hem en hij werd beledigd en uitgemaakt voor ‘lafaard’. In de veldslag bij Plataiai echter wist hij zich van de slechte naam die hij gekregen had, volledig te zuiveren.[3]

Schaamte

[232] Er wordt verteld dat nóg iemand van die 300 het heeft overleefd, omdat hij als boodschapper naar Thessalia was gestuurd. Zijn naam was Pantites. Eenmaal teruggekeerd in Sparta en tot eerloos burger verklaard, heeft hij zich opgehangen.

Thebanen geven zich over aan de Perzen

[233] De Thebanen onder aanvoering van Leontiades streden al die tijd samen met de Grieken en door hen onder bedwang gehouden tegen het leger van de Perzische koning. Maar toen zij zagen dat de Perzen de sterkere partij bleken, was het gevolg daarvan dat, terwijl de Grieken zich met Leonidas naar de heuvel haastten, zij zich van hen afsplitsten en met uitgestrekte armen naar de Perzen liepen. Van wat zij daarbij zeiden, was geen woord gelogen: “Wij zijn vóór de Perzen en waren een van de eersten die de Perzische koning land en water hebben aangeboden. Wij zijn onder dwang in Thermopylai terechtgekomen en hebben geen schuld aan de tegenslag die de Perzische koning heeft ondervonden.”

Het lot van andere Thebanen

Dankzij die woorden werden zij in leven gelaten. Ook de Thessaliërs waren getuige van hun woorden.[4] Toch hadden zij niet in alle opzichten geluk. Sommigen van hen werden, toen zij kwamen aanlopen, onderweg door de Perzen opgevangen en gedood; de meesten van hen kregen op last van Xerxes het koninklijk brandmerk,[5] als eerste onder hen aanvoerder Leontiades. Zijn zoon Eurymachos werd later door de Plataiërs gedood, toen hij met 400 Thebanen onder zijn commando de buitenwijken van Plataiai had ingenomen.[6]


[1]  Dit detail laat zien dat de Spartanen hun slaven, heloten, als assitenten naar Thermopylai hadden meegenomen (vgl. boek 8, hfdst. 25); strikt genomen waren er dus meer dan 300 Lakedaimoniërs actief bij de verdediging van Thermopylai.

[2] In die tijd een eerste vereiste voor goed nabuurschap.

[3] Dit wordt gemeld in boek 9, hfdst. 71.

[4] De Thessaliërs waren zelf pro-Perzisch en waren over de pro-Perzische gezindheid van de Thebanen op de hoogte.

[5] Eufemisme voor het tot slaaf maken, want weggelopen slaven werden op het voorhoofd gebrandmerkt; de Thebanen werden door Xerxes beschouwd als overlopers.

[6] Dit vond plaats in 431 vC en is beschreven door de geschiedschrijver Thoukydides (Hist. 2.2-6); de opmerking is een aanwijzing voor het feit dat de schrijver na dat jaar (terminus post quem) nog moet hebben geleefd.