Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Thessalië kiest voor de Perzen

[172] Aanvankelijk kozen de Thessaliërs de kant van de Perzen, maar niet uit vrije wil, want zij lieten duidelijk blijken niets te zien in de plannen van de Aleuaden.[1] Zodra zij te horen hadden gekregen dat de Perzen naar Europa wilden oversteken, stuurden zij gezanten naar de Isthmos.[2] Op de Isthmos hadden zich de vertegenwoordigers van Griekenland verzameld, afgevaardigden uit de steden die voor het Griekse belang opkwamen.  

Steun nodig

Toen de gezanten van de Thessaliërs zich bij hen hadden gevoegd, zeiden zij: “Heren van Griekenland, het is nodig de pas bij de Olympos te bewaken om Thessalië en heel Griekenland voor de oorlog te behoeden. Wij zijn weliswaar bereid bij de bewaking hulp te bieden, maar dan moet er door jullie ook een groot leger worden gestuurd. Wees ervan overtuigd dat, als dat niet gebeurt, wij het op een akkoord zullen laten komen met de Perzen. Het kan niet zo zijn dat wij op een zover vooruitgeschoven post van Griekenland de enigen zijn die ter verdediging van jullie ten onder gaan. Als jullie niet willen helpen, hebben jullie niet het recht ons ook maar iets af te dwingen. Wij zullen uitzoeken hoe wij zelf voor ons lijfsbehoud kunnen zorgen.”

Leger in Tempe

[173] Dat was de verklaring van de Thessaliërs. Als reactie hierop besloten de Grieken een landleger over zee[3] naar Thessalia te sturen om de pas te bewaken. Toen het leger bijeen was gebracht, voer het door de Straat van Euripos.[4] Na het bereiken van Halos in Achaia[5] ging het er aan land, liet de schepen daar achter en marcheerde naar Thessalia. Het kwam in Tempe[6] bij de pas die langs de Peneios van Zuid-Makedonia naar Thessalia leidt en tussen de bergen Olympos en Ossa ligt.

Ongeveer 10.000 zwaarbewapende Griekse soldaten hadden zich daar in een legerkamp verzameld en bij hen had zich de ruiterij van de Thessaliërs gevoegd. De Lakedaimoniërs stonden onder aanvoering van Euainetos, zoon van Karenos, die ze uit de groep generaals hadden aangewezen, hoewel hij niet uit de koninklijke familie kwam. De Atheners stonden onder aanvoering van Themistokles, zoon van Neokles.

Terugtocht

Zij bleven daar slechts enkele dagen, want er waren gezanten gekomen van Alexandros, zoon van Amyntas, uit Makedonia, die adviseerden om er niet te blijven, wilden zij niet onder de voet gelopen worden door het oprukkende leger, waarbij zij een beeld gaven van de omvang van het leger en het aantal schepen. De Grieken gaven gehoor aan het advies dat de anderen hen gaven; het leek hen niet verkeerd en de Makedoniër wekte bij hen een behulpzame indruk.

Ik denk trouwens dat angst hun motief was, omdat zij hadden begrepen dat er nóg een pas was vanuit Noord-Makedonië naar Thessalië dwars door het gebied van de Perraiben ter hoogte van de stad Gonnos. Dat was inderdaad de pas waarlangs het leger van Xerxes binnenviel. De Grieken zochten hun schepen weer op en voeren terug naar de Isthmos.

Aan de zijde van de Perzen

[174] Die legerexpeditie naar Thessalia vond plaats, toen de Perzische koning aanstalten maakte vanuit Klein-Azië naar Europa over te steken en hij zich nog in Abydos bevond. Zo kwam het dat de Thessaliërs, verstoken van bondgenoten, zich aan de zijde schaarden van de Perzen, enthousiast en nu zonder aarzeling: zoals het liep, bleken zij voor de Perzische koning van zeer grote betekenis.


[1] In hfdst. 6 is verteld dat de machthebbers in Thessalië, de familie van de Aleuaden (Gr. Ἀλευάδαι), Xerxes` hadden aangemoedigd Griekenland binnen te vallen.

[2] In Korinthe (op de Isthmos) kwamen de coalitiepartners ter vergadering bijeen.

[3] Er was haast geboden bij de levering van deze troepenmacht.

[4] De nauwe zeeëngte tussen het Griekse vasteland en het eiland Euboia.

[5] Niet te verwarren met het gebied in het noorden van de Peloponnesos; hier wordt de streek in Fthia bedoeld, zoals beschreven in hfdst. 132.

[6] Het dal in Thessalië waardoorheen de rivier Peneios in noordoostelijke richting stroomt en in zee uitmondt.