Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Xerxes vertrekt hals over kop

[115] Xerxes liet Mardonios achter in Thessalia en reisde zelf haastig naar de Hellespont. Binnen 45 dagen bereikte hij de oversteekplaats,[1] zonder ook maar, om precies te zijn, één onderdeel van z’n leger bij zich te hebben.[2] Waar en bij wie zij op hun tocht ook maar langskwamen, beroofden zij van hun voedsel en maakten het op. Als er helemaal niets eetbaars werd gevonden, aten ze het gras dat op de grond groeide, de bast en bladeren die ze pelden en plukten van tamme en wilde bomen. Er bleef niets over. Het was de honger die hen ertoe dreef.

Pest en dysenterie

Onderweg werd het leger door pest en dysenterie getroffen en raakte ernstig verzwakt. Zieke soldaten werden door hem achtergelaten en telkens waar hij langstrok, kregen de steden de opdracht ze te verplegen en te eten te geven.[3] Dat gebeurde met sommigen in Thessalia, in Makedonia en in Siris in Paionia. Daar had hij op de heenweg naar Griekenland ook zijn wagen van Zeus achtergelaten, maar die op de terugweg niet teruggekregen.[4] De Paiones hadden die aan de Thrakiërs afgestaan en toen Xerxes die opeiste, beweerden ze dat de merries tijdens het grazen door de Thrakiërs, die in het noorden ergens bij de bronnen van de Strymon leefden, waren weggeroofd.

Koning van Bisaltia

[116] Het was ook daar dat de Thrakische koning van Bisaltia en het land van de Krestoneërs een daad verrichtte die alle proporties te buiten ging. Hijzelf zei zich niet uit vrije wil te zullen onderwerpen aan Xerxes en trok zich terug op de berg Rodope. Zijn zoons verbood hij tegen Griekenland ten strijde te trekken, maar zij trokken zich daar niets van aan of hadden gewoon zin om de oorlog van dichtbij mee te maken en streden mee met de Perzen. Zij waren met z’n zessen en toen zij allen ongedeerd waren teruggekeerd, was dat voor hun vader de reden om bij hen de ogen te laten uitsteken.

Oversteek naar Abydos

[117] Zo werden zij ‘beloond’.[5] Toen de Perzen op hun tocht vanuit Thrakia de oversteekplaats hadden bereikt, staken zij haastig met hun schepen[6] de Hellespont over naar Abydos. De schipbruggen troffen zij niet langer in strak aangetrokken toestand aan. Die waren door een storm uiteengeslagen. Zij hielden daar halt en kregen er meer te eten dan onderweg. Een groot deel van het leger dat de tocht had overleefd, stierf doordat het zich mateloos volpropte en van drinkwater wisselde. De rest haalde samen met Xerxes Sardes.

[118] Er bestaat van dit verhaal een andere versie en die gaat als volgt. Toen Xerxes op zijn terugreis uit Athene bij Eïon aan de Strymon was aangekomen, reisde hij daarna niet meer over land en liet het over aan Hydarnes om het leger naar de Hellespont terug te brengen. Hijzelf keerde aan boord van een Foenicisch schip terug naar Klein-Azië. Onderweg kreeg hij last van de wind die van de Strymon kwam[7] en flinke deining veroorzaakte.

Bemanning overboord

De storm pakte nog erger uit, want het schip was overvol, omdat alle Perzen die met Xerxes naar huis gingen op het dek hadden plaatsgenomen.[8] Op dat moment raakte de koning in paniek, schreeuwde naar de stuurman en vroeg of zij nog te redden waren. De man zei: “Helemaal niet, tenzij wij ons ontdoen van die lading passagiers.” Volgens zeggen heeft Xerxes, toen hij die woorden hoorde, gezegd: “Mannen uit Perzië, iemand van jullie moet nu zijn liefde voor de koning tonen. Het lijkt erop dat mijn leven van jullie afhangt.” Dat was wat hij zei, en zijn mannen maakten een diepe buiging[9] en sprongen van boord. Het schip verloor gewicht en kwam zo veilig in Klein-Azië aan.

Zodra Xerxes voet aan wal had gezet, deed hij ongeveer het volgende. Hij schonk de stuurman een gouden kroon, omdat hij het leven van de koning had gered, maar omdat hij de dood van vele Perzen op z’n geweten had, liet hij hem onthoofden.[10]

Ongeloofwaardig

[119] Dat is de andere versie van het verhaal over Xerxes’ terugreis, maar ik geloof er niets van, noch wat de rest betreft, noch dat wat de Perzen overkwam. Als die woorden werkelijk door de stuurman tot Xerxes zijn gericht, ken ik niet één mening uit talloze die weerspreekt dat de koning het volgende zou hebben gedaan: zijn mannen van het dek naar het ruim laten afdalen, want het ging om Perzen en nog wel de voornaamste, en een even groot aantal roeiers als Perzen in zee gooien, omdat het maar Foeniciërs waren.[11]

Nee, zo verliep het niet, want, zoals door mij eerder is verteld,[12] keerde hij met de rest van het leger over land terug in Klein-Azië.

[120] Het volgende is hiervoor een sterk bewijs.[13] Hij heeft op weg naar huis klaarblijkelijk Abdera aangedaan, vriendschapsbanden met de bevolking aangehaald en haar een gouden Perzisch zwaard[14] en een met goud bestikte muts[15] geschonken. De inwoners van Abdera beweren zelf, iets waar ik geen woord van geloof, dat Xerxes, nu hij zich veilig voelde, er voor het eerst sinds zijn vlucht uit Athene zijn gordel had afgedaan.[16] Abdera ligt dichter bij de Hellespont dan bij de Strymon en Eïon; volgens zeggen is hij dáár aan boord gegaan van het schip.


[1] Het leger deed over de heenweg van de Hellespont naar Athene er drie maanden over (zie boek 8, hfdst. 51).

[2] Dit zal relatief bedoeld zijn: Xerxes zal wel iets van zijn 1.7 miljoen manschappen (vgl. boek 7, hfdst. 60) op zijn terugtocht hebben meegenomen; verderop (zie hfdst. 126) wordt een aantal van 60.000 genoemd.

[3] Dareios, hoe anders dan zijn zoon Xerxes, liet zijn uitgeputte manschappen (en dieren) domweg achter, toen hij hals over kop het land van de Skythai moest verlaten (zie boek 4, hfdst. 135).

[4] Deze ‘aan Zeus gewijde wagen’ werd volgens een eerdere vermelding (boek 7, hfdst. 40) voortgetrokken door acht witte paarden; ook bij de oversteek van de Hellespont (boek 7, hfdst. 55) wordt de ‘heilige wagen’ genoemd; de toestand van de wegen in Griekenland liet niet toe deze ceremoniële wagen helemaal naar het zuiden mee te nemen.

[5] De zware straf doet vermoeden, dat er meer speelde dan alleen maar een geval van ongehoorzaamheid en aan het hof van de koning een samenzwering gaande was.

[6] D.w.z. het restant van de vloot dat vanuit Salamis in noordelijke richting teruggevaren was.

[7] De wind, die hier zijn eigen naam, Strymoniës, krijgt, kwam dus uit bijna noordelijke richting en moet in die tijd van het jaar (late herfst) ijzig zijn geweest.

[8] Wat in het ruim zat – op een antiek schip waren dat de roeiers en de lading – zorgde voor evenwicht; mensen en ballast op het dek maakten het instabiel. 

[9] Komisch bedoelde noot: Xerxes’ onderdanen houden zich zelfs onder barre omstandigheden aan protocollen.

[10] Het zou even potsierlijk hebben gestaan, als de stuurman met zijn beloning op het hoofd zijn straf onderging.

[11] Een weinig steekhoudende redenering, want als roeiers waren de Foeniciërs onmisbaar voor het schip.

[12] Zie hierboven hfdstt. 115 & 117.

[13] Het bewijs is op z’n zachtst gezegd niet sterk, want op de heenweg deed Xerxes Abdera ook aan (zie boek 7, hfdst. 109 & boek 7, hfdst. 120) en kon toen al de hierna genoemde geschenken hebben gegeven.

[14] De schrijver gebruikt daarvoor het Perzische woord akinakēs (door hem uitgelegd in boek 7, hfdst. 54).

[15] De tiara, zoals beschreven in boek 7, hfdst. 61.

[16] Dit is een zegswijze voor het wisselen van kleding; Xerxes was te druk bezig met zijn vlucht om onderweg zich te kunnen opfrissen.