In de oudheid werd aan dromen bijzondere betekenis gegeven. Doorgaans werd de inhoud van een droom niet van de realiteit onderscheiden. Dromen werden geacht voorspellende en waarschuwende elementen te bevatten en verband te houden met de werkelijkheid.
Dromen speelden ook een rol in de medische wetenschap. Het heiligdom van Asklepios, god van de geneeskunst, in Epidauros genoot een hoge status als medisch centrum. Zieken konden op afspraak een nacht in het heiligdom doorbrengen, waarbij de gedachte was dat de godheid hen in een droom bezocht. Priesters konden de volgende dag aan de hand daarvan een diagnose opstellen. Opgravingen brachten talloze replica’s in keramiek en steen van lichaamsdelen aan het licht die aan de god waren gewijd als dank voor het herstel daarvan.
De meeste dromen die in de Historiën voorkomen, zijn van de eerst genoemde categorie. Zij voorspellen de dromer komend gevaar of waarschuwen deze voor onbesuisde acties. Literair spannend wordt het uiteraard, wanneer de droom verkeerd wordt opgevat, ook (of juist) door professionele droomuitleggers.
Spectaculair is in dit kader de droom van de dochter van Polykrates, tiran van Samos, die droomt dat haar vader “in de hemel zwevend door Zeus wordt gebaad en door Helios wordt ingesmeerd” (zie boek 3, hfdstt. 124-125). De onheilspellende lading hiervan kan Polykrates, aangelokt door grote sommen aan geld, niet ervan weerhouden bij Oroites, gouverneur van Sardes, op bezoek te gaan. Dit had hij beter niet moeten doen, zo blijkt achteraf.
Hieronder volgt een lijst met 20 instanties waarin Herodotos over dromen vertelt. Eén daarvan valt op, doordat Artabanos, door Xerxes om zijn mening gevraagd over een droom die hij had, hieraan geen voorspellende waarde verbindt (zie boek 7, hfdst. 16β). Artabanos geeft een ‘psychoanalytische’ verklaring van Xerxes’ droom, als het ware vooruitlopend op Siegmund Freuds theorieën over manifeste en latente dromen…
| hfdst. | inhoud |
|---|---|
| 1.34 e.v. | Kroisos, koning van Lydia, droomt dat zijn zoon Atys zal omkomen door ‘een speerpunt van ijzer’. Uit voorzorg laat hij zijn zoon geen troepen meer aanvoeren en bergt alle wapens in het paleis op in afgesloten ruimtes. |
| 1.107 | Astyages, net aangetreden als koning van de Meden, droomt dat zijn dochter Mandane heel Klein-Azië onderplast. (De droomuitlegers geven als verklaring dat het kind uit Mandane hem van de troon zal stoten.) |
| 1.108 | Astyages droomt, nadat zijn dochter Mandane in het huwelijk was getreden met de Pers Kambyses, dat uit haar vagina een wijnstok groeit die heel Klein-Azië overwoekert. (De droomuitleggers komen met dezelfde verklaring als bij zijn eerste droom.) |
| 1.12 | Astyages wordt door zijn droomuitleggers gerustgesteld: het kind van Mandane mag dan wel aan de (door Astyages opgedragen) dood zijn ontsprongen, maar omdat hij in zijn jeugd ‘koninkje’ heeft gespeeld, is Astyages droom in zekere zin uitgekomen en heeft hij nu niets meer te vrezen. (De droomuitleggers worden later – zie 1.128 – alsnog gestraft voor hun verkeerde uitleg en hun advies om Mandane’s kind te laten gaan.) |
| 1.209 | Kyros droomt dat Dareios, zoon van Hystaspes, vleugels draagt en met een daarvan een schaduw werpt over Klein-Azië, met de andere over Europa. (Kyros zelf vat de droom op als een aankondiging van een samenzwering tegen hem.) |
| 2.139 | Na een droom waarin een man hem adviseert alle priesters in Egypte te doden acht usurpator Sabakos na vijftig jaar de tijd gekomen om Egypte te verlaten. De droom bevestigt volgens hem de juistheid van de voorspelling. |
| 2.141 | Farao Sethos kan niet op zijn leger rekenen en droomt aan de vooravond van de strijd bij Pelousion tegen Sanacharibos, koning van de Arabieren en Akkadiërs, dat de god Hefaistos, tot wiens godenbeeld hij zich in de tempel met smeekbeden had gericht, hem geruststelt. Sethos’ leger bestaat nu uit winkeliers, arbeiders en marktkooplieden en weet de indringers te verjagen, omdat muizen hun wapens hadden aangevreten. |
| 3.3 | Perzisch koning Kambyses, op expeditie in Egypte, droomt dat zijn broer, die hij naar Perzië heeft teruggestuurd, op zijn troon is gaan zitten en met zijn hoofd de hemel aanraakt. |
| 3.64-65 | Kambyses hoort van de paleisrevolutie door de Magiërs Patizeithes en zijn broer Smerdis, die als dubbelganger fungeert van zijn eigen broer. Nu pas begrijpt hij de strekking van zijn droom (zie 3.30) en beseft hij dat zijn broer onschuldig is en anderen een aanval op zijn troon plegen. |
| 3.124-125 | De dochter van Polykrates droomt dat haar vader hoog in de hemel zwevend door Zeus wordt gebaad en door Helios wordt ingesmeerd en waarschuwt hem om niet op de uitnodiging van Oroites, gouverneur van Sardes, in te gaan om zijn schatten te aanschouwen en een deel daarvan te krijgen om zijn oorlogen te financieren. Polykrates loopt uiteindelijk in de val en vindt de de dood door ophanging aan een paal. De droom van zijn dochter komt uit: hij werd door Zeus gebaad, wanneer het regende, door Helios ingesmeerd, wanneer zijn eigen lichaam vocht uitscheidde. |
| 3.149 | Otanes helpt Syloson (broer van Polykrates, gewezen tiran van Samos) en werkt mee aan de herbevolking van Samos na een droom (niet nader omschreven) te hebben gehad. |
| 5.55-56 | Hipparchos, broer van Hippias en zoon van Peisistratos, droomt dat een man hem de volgende woorden toespreekt: “Verdraag als een leeuw onverdraaglijke dingen met moedig hart; geen mens zal onbestraft blijven, wanneer hij onrecht doet.” (Harmodios en Aristogeiton zullen hem de volgende dag vermoorden.) Op advies van droomuitleggers spreekt hij bezweringsformules uit over de droom. |
| 6.107 | Hippias, overgelopen naar de Perzen en nu hun adviseur, droomt voorafgaand aan de slag bij Marathon dat hij met zijn moeder het bed deelt. Zelf ziet hij dit als een teken dat hij weer op Attische grond opgenomen wordt en weer zal heersen over Athene. (Later verliest hij een tand die hij niet terug kan vinden. De tand ‘is hem voor’ en hijzelf heeft verder niets te zoeken in Griekenland.) |
| 6.118 | Datis, met zijn troepen op de terugweg vanuit Marathon, passeert Mykonos en heeft een droom die verder niet wordt gespecificeerd. Het is in ieder geval voor hem aanleiding om een verguld beeld van Apollo dat was buitgemaakt bij Thebe, terug te geven. (Hij brengt het op zijn eigen schip naar Delos en vraagt de Deliërs het terug te brengen – wat zij niet doen.) |
| 6.131 | Agariste, gehuwd met Xanthippos, zoon van Arifron, droomt tijdens haar zwangerschap dat zij het leven schenkt aan een leeuw. Enkele dagen later schenkt zij Xanthippos een zoon: Perikles. |
| 7.12 | Xerxes besluit niet op te trekken tegen Griekenland en droomt de nacht daarop van een grote, knappe man naast zijn bed die hem waarschuwt niet van gedachten te veranderen. |
| 7.14 | Xerxes droomt de volgende nacht van dezelfde man die hem ervoor waarschuwt dat, als hij bij zijn besluit blijft om niet op te trekken, hij even snel nietig man zal zijn als hij groot en gewichtig is geworden. |
| 7.17-18 | Xerxes vraagt Artabanos zijn rol als koning van de Perzen van hem over te nemen, op zijn troon plaats te nemen en daarna in zijn bed te slapen. Artabanos droomt dan hetzelfde als Xerxes: dezelfde man waarschuwt hem om niet van gedachten te veranderen en de expeditie tegen Griekenland te beginnen. De volgende dag adviseert hij Xerxes om toch tegen de Grieken op te trekken. |
| 7.19 | Xerxes heeft voor de derde keer een droom, waarin hij een krans op zijn hoofd krijgt van de bladeren van een olijfboom waarvan de takken de aarde ovrwoekeren. (Droomuitleggers zien hierin zijn totale onderwerping van de wereld.) |
| 8.54 | Xerxes laat na de inneming van Athene Atheense ballingen die met hem zijn meegekomen de burcht beklimmen en op hun eigen manier offers brengen. Hij doet dat, ingegeven door een droom. (De inhoud van de droom wordt niet gespecificeerd.) |