[48] Toen ze de oude stellingen weer hadden ingenomen, zond Mardonios een heraut naar de Spartanen met de volgende boodschap: “Lakedaimoniërs, de mensen hier vertellen dat jullie de dapperste mannen zijn. Ze staan er versteld van dat jullie voor het gevecht niet terugschrikken en je stellingen niet opgeven, maar standhouden en jullie tegenstanders vernietigen óf zelf omkomen. Niets is echter hiervan waar! Nog voordat jullie met ons slaags raakten en het tot een beslissing kwam, hebben wij jullie zien vluchten en jullie stellingen opgeven. Jullie laten het aftasten aan de Atheners over[1] en stellen jezelf op tegenover onze slaven.[2] Dat zijn helemaal geen daden die horen bij dappere mannen. Het is duidelijk dat wij ons volkomen in jullie hebben vergist. Op grond van jullie reputatie hielden wij er rekening mee dat jullie een heraut op ons af zouden sturen om ons uit te dagen en jullie intentie uit te spreken om het alleen tegen de Perzen op te nemen. Wij waren daartoe bereid, maar hebben geconstateeerd dat jullie geen enkel voorstel van die aard deden, maar eerder bibberden van angst. Omdat jullie niet als eersten met dat voorstel zijn gekomen, doen wíj dat wel. Waarom vechten we niet met gelijke aantallen tegen elkaar,[3] jullie voor de Grieken (jullie hebben de naam het dapperst te zijn), wij voor de niet-Grieken.[4] Als we vinden dat ook de anderen aan het gevecht deelnemen, dan moeten zij dat na ons doen. Als we dat niet vinden, maar dat het voldoende is, als alleen wij vechten, laten we dan vechten tot de beslissing valt. Wie van ons overwint, overwint namens het hele leger.”
Geen antwoord
[49] Dat zei de heraut en hij maakte na even te hebben gewacht rechtsomkeert, omdat er van niemand een antwoord kwam.[5] Eenmaal teruggekeerd bracht hij Mardonios op de hoogte van zijn ervaringen. Hiervan werd Mardonios zeer opgewekt en aangemoedigd door een quasi overwinning stuurde hij z’n ruiterij op de Grieken af. Met hun aanval deden de ruiters (ze slingerden met speren en schoten pijlen af) heel het Griekse leger pijn: als boogschutters te paard waren ze moeilijk van dichtbij te bevechten. De bron Gargafia, waaruit het gehele Griekse leger zijn water putte,[6] werd door hen verstoord en vernield.[7]
Water?
Nu stonden alleen de Lakedaimoniërs ter hoogte van de bron opgesteld, de rest van de Grieken kwam er verder vandaan te staan, al naargelang ieders positie, met de Asopos bij hen in de buurt. Zo kwam het dat, wanneer zij van de Asopos werden afgehouden, zij naar en van de bron liepen. Door de ruiters en de boogschutters konden zij geen water uit de rivier halen.
[1] Dit gebeurde ook, toen de Megarenzen moeite hadden hun stellingen te houden tegen aanvallen van de Perzische ruiterij (zie hfdst. 21).
[2] Een heel denigrerende betiteling van de naar het Perzische kamp overgelopen Grieken.
[3] In zijn gesprek met Dèmaratos, gewezen koning van Sparta, pocht koning Xerxes dat zijn lansdragers in een gevecht het graag tegen drie Grieken opnemen (zie boek 7, hfdst. 103); nu het erop aankomt, is Mardonios voorzichtiger.
[4] Dit kunnen niet letterlijk de woorden zijn van Mardonios, want hij zou zijn eigen volk nooit laatdunkend ‘niet-Grieken’, een typisch Griekse uitdrukking (t.w. barbaroi, Gr. βάρβαροι), hebben genoemd.
[5] Dezelfde houding van niet geïnteresseerd zijn namen de Spartanen ook aan tegenover de Perzische verspieder aan de vooravond van de slag om Thermopylai (zie boek 7, hfdst. 208).
[6] Hoe geloofwaardig is deze mededeling: één waterbron die een leger van 110.000 soldaten voedt?
[7] Eerst door erdoorheen te draven, daarna door de stenen constructie eromheen af te breken; overigens had dit eerder kunnen gebeuren, maar de bron was in handen van de Grieken gekomen, toen zij vanuit de Kithairon de vlakte bij Plataiai binnenstroomden (zie hfdst. 25).