Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Alexandros’ boodschap

[139] Van die Perdikkas stamde dus Alexandros af: Alexandros was de zoon van Amyntas, Amyntas de zoon van Alketes, de vader van Alketes was Aëropos, die van Aëropos was Filippos, die van Filippos was Argaios, die van Argaios was Perdikkas, de man die zich meester had gemaakt van de heerschappij.

Voorstel van Xerxes

[140α] Zo ziet de afstamming van Alexandros, zoon van Amyntas, eruit. Na zijn aankomst in Athene[1] zei hij als gedelegeerde van Mardonios het volgende: “Geachte Atheners, Mardonios deelt jullie het volgende mee. Een boodschap is van de koning tot hem gekomen met de volgende inhoud: ‘Ik zal de Atheners al de misstappen die zij tegen mij hebben gedaan vergeven. Dit zijn mijn instructies aan Mardonios: niet alleen moet hij het land aan hen teruggeven, maar ook moeten zijzelf daarbij ander, willekeurig land in bezit nemen en hun onafhankelijkheid behouden; hij moet alle heiligdommen die ik in brand heb laten steken, herstellen, vooropgesteld dat zij een pact met mij willen sluiten.’ Nu hij die instructies heeft gekregen, kan hij niet anders doen dan ze uitvoeren, als jullie geen reden geven tot ander optreden. Tot jullie zegt hij het volgende: ‘Waar komt die dwaasheid van jullie vandaan om mijn koning de oorlog te verklaren? Jullie kunnen hem niet de baas zijn. De strijd de hele tijd volhouden? Vergeet dat maar. Jullie hebben de omvang en de acties van Xerxes’ leger gezien en zijn tevens op de hoogte van de legermacht waarover ik nu beschik. Zelfs wanneer jullie ons de baas zijn en overwinnen (maar daarop kan jullie hoop niet zijn gevestigd, als jullie verstandig zijn), zal een andere legermacht opdagen die vele malen groter is. Laat je niet van je land beroven, alleen omdat je denkt tegen m’n koning op te kunnen, en ren niet altijd voor je leven. Sluit vrede. Nu is daartoe de beste gelegenheid, want de intenties van de koning zijn ernaar. Sluit een bondgenootschap met ons, zonder valstrikken en valkuilen,[2] en leef in vrijheid.’

Vriendschap met de Perzen?

[140β] “Dit heeft Mardonios mij opgedragen jullie, Atheners, te verkondigen. Over mijn sympathie voor jullie doe ik geen enkele uitspraak – het zal nu niet voor het eerst zijn dat jullie die voelen -, maar ik vraag jullie dringend om naar Mardonios te luisteren. Ik merk aan jullie dat het jullie aan kracht ontbreekt om de oorlog tegen Xerxes vol te houden; was die er wel, dan was ik nooit met dit voorstel naar jullie gekomen. De macht van de Perzische koning is bovenmenselijk en zijn arm reikt ver.[3] Wanneer jullie niet direct instemmen met hun genereuze aanbod op basis waarvan ze een pact willen sluiten, vrees ik het ergste: meer dan alle andere bondgenoten wonen jullie precies op zijn route en krijgen jullie als enigen altijd de klappen, omdat het gebied dat jullie bezitten bij uitstek het slagveld tussen twee legermachten is. Luister dus! Het levert jullie veel op, als de grote Perzische koning jullie misstappen vergeeft en met jullie als enigen van de Grieken vriendschap wil sluiten.”


[1] Uit deze mededeling kan blijken dat de Atheners weer volledige controle hebben over hun stad.

[2] Standaarduitdrukking in oorlogsretoriek: ἄνευ τε δόλου καὶ ἀπάτης, zoals in het Latijn sine fraude, sine dolo (vgl. de afspraken die gemaakt werden voorafgaand aan de drielinggevechten tussen de Horatii en Curiatii, zie Livius, AUC 1.24).

[3] De brontekst noemt Xerxes’ arm ‘superlang’, hypermekes (Gr. ὑπερμήκης), wat in de vertaling metaforisch wordt weergeven; is het toeval dat Xerxes’ zoon Artaxerxes I een lichamelijke afwijking had, gezien Ploutarchos’ mededeling over zijn overdreven grote rechterhand (Leven van Artaxerxes 1.1)?