Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Terugtocht van de Grieken

[99] De Atheners nu kwamen met twintig schepen met in hun kielzog vijf slagschepen van de Eretriërs, die niet omwille van de Atheners aan de militaire actie deelnamen, maar uit sympathie voor de Milesiërs zelf. (De Milesiërs hadden de Eretriërs gesteund in hun oorlog tegen de Chalkidiërs, toen de laatsten van de Samiërs hulp kregen in de strijd tegen hen.) Toen zij dus aankwamen en ook andere bondgenoten waren verschenen, ondernam Aristagoras een veldtocht naar Sardes. Voor de duidelijkheid: hijzelf nam daaraan niet deel, maar bleef achter in Milete. Hij stelde anderen aan als commandanten van de Milesiërs: zijn broer Charopinos en Hermofantos, een van de burgers van Milete.

Inname van Sardes

[100] De Ioniërs kwamen met die vloot in Efese aan en lieten hun schepen achter in Koresos bij Efese. Met een grote legermacht trokken zij landinwaarts en gebruikten gidsen uit Efese voor hun opmars. Zij trokken op langs de rivier Kaustrios en toen zij, na de Tmolos[1] te zijn gepasseerd, bij Sardes kwamen, namen zij die in zonder enige tegenstand. Alleen de burcht bleef buiten schot, want die werd door Artafrenes zelf met een niet gering aantal manschappen verdedigd.

Brandende huizen

[101] Het volgende voorval weerhield hen ervan de stad te plunderen, toen zij die hadden ingenomen. De meeste huizen in Sardes waren gemaakt van riet en welke van baksteen waren, hadden rieten daken. Toen een soldaat een van die huizen in brand had gestoken, sloeg het vuur meteen over van het ene op het andere huis en verspreidde zich over de gehele stad. Nu de stad in brand stond,  waren de Lydiërs en alle Perzen die in de stad waren (het vuur verspreidde zich tot aan de stadsgrenzen, zodat zij van alle kanten waren ingesloten en er voor hen geen vluchtroute uit de stad was) naar de marktplaats en de Paktolos toegestroomd. Deze rivier voert goudkorrels omlaag vanaf de Tmolos en stroomt dwars over de marktplaats om vervolgens uit te monden in de Hermos, die op zijn beurt in zee uitmondt. De Lydiërs en Perzen werden dus gedwongen om, samengedrongen bij die Paktolos en op de marktplaats, zich te verdedigen.

De Joniërs zagen een deel van de vijanden zich opmaken voor de verdediging, een ander deel met een grote macht oprukken, en weken uit angst naar de berg (de reeds genoemde Tmolos). Vandaaruit trokken zij zich aan het begin van de avond terug naar hun schepen.

Hulp voor de Lydiërs

[102] Sardes viel ten prooi aan het vuur en dat was ook het lot van het heiligdom van de plaatselijke godin Kybebe. Dit was voor de Perzen de reden om later uit wraak de heiligdommen in Griekenland in brand te steken. De Perzen die in die tijd ten westen van de Halys enkele gebieden in handen hadden, verzamelden hun troepen bij het horen van de berichten over Sardes en kwamen de Lydiërs te hulp. Zij kwamen er op een of andere wijze achter dat de Ioniërs niet meer in Sardes waren, maar door hun route te volgen stuitten zij op hen bij Efese.

Klein-Azië
Het Klein-Aziatische gebied tussen Efese in het westen en de rivier de Halys in het oosten (bron: www.ancienthistory.about.com).

Het Klein-Aziatische gebied tussen Efese in het westen en de rivier de Halys in het oosten (bron: www.ancienthistory.about.com).

De Ioniërs namen positie in tegenover hen, maar leden, toen het tot een treffen kwam, een flinke nederlaag. Velen van hen werden door de Perzen gedood, ook mensen van naam, onder wie de aanvoerder van de Eretriërs, Eualkides, die met kransen bekroonde overwinningen heeft behaald en door Simonides van Keos zeer geprezen werd.[2] Anderen, die meteen na het gevecht wisten te ontkomen, raakten verspreid over diverse steden.

Atheners trekken zich terug

[103] Zo raakten zij dus toen met elkaar in gevecht. Daarna lieten de Atheners de Ioniërs volledig in de steek en ondanks dringende verzoeken van Aristagoras middels gezanten weigerden zij hen te helpen. Beroofd van hun bondgenootschap met de Atheners, bleven de Ioniërs zich onverminderd voorbereiden op de oorlog tegen de Perzische koning, want wat zij hadden gedaan was evident anti-Dareios.

Karia en Kypros sluiten zich aan

Zij voeren naar de Hellespont en brachten Byzantion en andere steden in dat gebied onder hun invloedssfeer. Zij voeren weer de Hellespont uit en wonnen het vertrouwen van het grootste deel van Karia om bondgenoot van hen te zijn. Sterker nog: ook Kaunos,[3] dat eerder, toen zij Sardes in de as hadden gelegd, geen bondgenoot wilde zijn, sloot zich bij hen aan.

[104] Alle Kyprioten, behalve de Amathousiërs,[4] sloten zich uit vrije wil bij hen aan. Ook zij waren tegen de Perzen in opstand gekomen en wel als volgt. Onesilos was de jongere broer van Gorgos, de koning van de Salaminiërs,[5] en de zoon van Chersis (kleinzoon van Siromos en achterkleinzoon van Euelthon).[6] Deze man probeerde voordien al vaak Gorgos ertoe over te halen tegen de Perzische koning in opstand te komen, maar toen hij had vernomen dat ook de Ioniërs dit hadden gedaan, voerde hij de druk helemaal op.

Onesilos kon Gorgos echter niet op andere gedachten brengen, waarna hij de gelegenheid afwachtte dat deze de stad van de Salaminiërs was uitgegaan en hij met zijn eigen opstandelingen de stadspoorten achter hem op slot gooide. Beroofd van zijn stad vluchtte Gorgos naar de Perzen.[7] Onesilos was nu heerser van Salamis en haalde alle Kyprioten ertoe over samen met hem in opstand te komen. Alleen de Amathousiërs wist hij niet aan zijn kant te krijgen en omdat zij weigerden naar hem te luisteren, belegerde hij hun stad.


[1] Berg in Lydia, ten zuiden van Sardes.

[2] Zowel Eualkides (Gr. Ευαλκίδης) als het gedicht van Simonides van Keos is ons onbekend; de overwinningen, waarvan sprake is, zal hij bij sportevenementen hebben behaald.

[3] Stad (Gr. Καῦνος) in het zuiden van Karia, dicht bij de grens met Lykia (op de kust tegenover het eiland Rhodos). 

[4] Amathous (Gr. Ἀμαθοῦς) ligt aan de zuidkust van Kypros (Cyprus); restanten van de stad zijn tegenwoordig nog zichtbaar ong. 11 km. oostwaarts van Limas(s)ol.

[5] Bewoners van Salamis (Gr. Σάλαμις) op Kypros.

[6] Als dit dezelfde Euelthon (Gr. Εὐέλθων) is die in boek 4, hfdst. 162, wordt genoemd als tijdgenoot van Arkesilaos III, koning van Kyrene, in de tweede helft van de vijfde eeuw vóór Christus, kunnen zijn kleinzoons in 498 vóór Christus amper volwassen zijn geweest en is de genealogie die de schrijver hier geeft, foutief. 

[7] Amathous was van oudsher Perzisch-gezind en in die stad zal zich een Perzische legereenheid hebben bevonden.