Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Koppigheid van Amomfaretos

[54] Zij trachtten op Amomfaretos in te praten, nu hij als enige van de Lakedaimoniërs en mannen uit Tegea was achtergebleven. De Atheners echter gingen ongeveer als volgt te werk. Zijzelf bleven op de stellingen die zij hadden betrokken, want ze wisten hoe de Lakedaimoniërs in elkaar zaten: ze denken zus, maar doen zo. Toen het leger zich in beweging had gezet, stuurden ze van hun kant een ruiter[1] om te kijken of de Lakedaimoniërs een begin maakten aan hun vertrek of dat zij helemaal geen aanstalten maakten tot een terugtocht, en om Pausanias te vragen hoe dan te handelen.

Woordenwisseling

[55] De heraut was bij de Lakedaimoniërs aangekomen en zag dat ze nog op hun oude stellingen waren en dat hun aanvoerders ruzie stonden te maken. Euryanax en Pausanias waren op Amomfaretos aan het inpraten om niet gevaarlijk te doen door alleen met de Lakedaimoniërs op z’n stelling te blijven, maar konden hem niet op andere gedachten brengen, totdat er woorden vielen en de heraut van de Atheners door zijn komst de scène meemaakte.[2] Scheldend pakte Amomfaretos met beide handen een steen op, legde die voor de voeten van Pausanias en zei met deze ‘kiezel’[3] ervoor te stemmen om niet te wijken voor die ‘gasten’ (zijn term voor Perzen). ‘Halvegare’ en ‘niet goed bij je hoofd’ waren de woorden die Pausanias hem toesnauwde, waarna hij zich tot de heraut richtte en vroeg wat hem daar bracht: “Vertel hoe het bij jullie ervoor staat.” Pausanias verlangde van de Atheners om zich bij hen te voegen en wat betreft de aftocht precies dat te doen wat ook zij zouden doen.

Pausanias breekt op

[56] De heraut ging terug naar de Atheners. Terwijl de Lakedaimoniërs nog volop in discussie waren, brak de dag aan en Pausanias, die al die tijd op z’n positie bleef, gaf het sein om op te breken en leidde alle anderen over de heuvels weg. Ook de mannen uit Tegea gingen mee. Pausanias ging er niet van uit dat Amomfaretos zou achterblijven, wanneer de rest van de Lakedaimoniërs zich terugtrokken. Zo verliep het ook.

De Atheners, in slagorde opgesteld,[4] liepen in tegengestelde richting aan de Lakedaimoniërs, want zij bleven uit angst voor de ruiters vlak bij de hellingen en de voet van de Kithairon, maar de Atheners waren afgedaald in de richting van de vlakte.

Lakedaimoniërs verenigd

[57] Amomfaretos verwachtte niet dat Pausanias het zou aandurven hen achter te laten en hield hardnekkig vol. Ze bleven waar ze waren en gaven hun positie niet op. Maar nu de troepen van Pausanias vooropgingen en het tot Amomfaretos was doorgedrongen dat ze hem openlijk in de steek lieten, liet hij zijn gevechtseenheid de wapens oppakken en bracht die langzaam naar de rest van de legercolonne. Toen de afstand tussen hen nog geen twee kilometer bedroeg,[5] werd op de afdeling van Amomfaretos gewacht bij de rivier Moloeis, de plek om precies te zijn die ze Argiopion noemen[6] en waar ook een heiligdom staat voor de Eleusinische Demeter.[7] De reden waarom er werd gewacht, was dat, als de gevechtseenheid van Amomfaretos de positie die ze had betrokken niet zou hebben verlaten, maar er zou blijven, ze terug konden keren om te helpen.

De manschappen van Amomfaretos sloten inderdaad aan en de ruiterij van de Perzen had op volle sterkte de aanval ingezet. De ruiters deden wat voor hen vaste routine was geworden, maar toen zij de plek, waar de Grieken de dagen daarvoor hun positie hadden ingenomen, leeg aantroffen, reden ze op hun paarden een eind verder en voerden aanvallen op hen uit, zodra ze hen hadden ingehaald.[8]


[1] De Atheners (evenmin de andere Griekse troepen) beschikten niet over een echte ruiterij; uit het begin van het volgden hoofdstuk blijkt het te gaan om een gedelegeerde met een hoge status, een heraut.

[2] De laatste opmerking moet de geloofwaardigheid van de anecdote verhogen.

[3] De steen – een kleinere kon Amomfaretos zo gauw niet vinden – diende als ‘stemsteen’, psēfos (Gr. ψῆφος), meestal een kiezelsteen of potscherf, zoals die gebruikt werd bij stemmingen in (volks)vergaderingen.

[4] De Atheners marcheerden in gevechtsformatie, terwijl de Lakedaimoniërs in een lint zich langs de heuvels en bergketens verplaatsten.

[5] De tekst maat melding van ‘ongeveer 10 stadia’, d.w.z. 1,85 km. (een stadion, Gr. στάδιον, is een afstandsmaat van 185 m.).

[6] Deze locatie valt niet vast te stellen; de Moloeis kan een zijrivier geweest zijn van zowel de Asopos als de Oëroë.

[7] Hiermee wordt aangegeven dat ook hier de mysteriegodsdienst uit Eleusis werd beleden.

[8] De aangevallen Grieken zullen eerder de Atheners zijn geweest die de open vlakte waren ingelopen, dan de Spartanen die bescherming hadden gezocht aan de voet van de hellingen van de Kithairon (vgl. hfdst. 56).