In de Griekse oudheid werden geen belangrijke beslissingen genomen zonder vooraf een orakel te raadplegen. Griekse orakels stonden in hoog aanzien en werden ook door niet-Grieken bezocht. De Lydische koning Kroisos stuurde zelfs gezanten eropuit om de betrouwbaarheid ervan te bepalen (zie boek 1, hfdst. 47).
Op een niveau lager had je zieners die over het algemeen op grond van dierenoffers en het inspecteren van hun ingewanden hun voorspellingen deden. Voorspelde het offer weinig goeds, dan was het gebruikelijk nogmaals te offeren, net zolang totdat er wél iets gunstigs uit de offerhandelingen volgde. Een leger op expeditie beschikte over priesters en zieners die dit werk verrichtten. Legeraanvoerders wilden er zeker van zijn dat hun acties succesvol zouden zijn.
Herodotos noemt in zijn werk een aantal orakels van aanzien. Beroemde orakels had je in Abai in Fokis (Apollo), Dodona in Epeiros (Zeus), Oropos in Boiotia (Amfiaraos), Lebadeia in Boiotia (Trofonios), Didyma bij Milete (Apollo en de Branchidai), Telmessos in Karia (Apollo) en uiteraard in Delfi (Apollo). Het beroemdste orakel buiten Griekenland was dat van Ammon (door de Grieken vereenzelvigd met hun oppergod Zeus) in de oase Siwa in Libya.[1]
Orakelspreuken kwamen op bijzondere wijze tot stand. Priesters spraken die uit namens de godheid aan wie het orakel was gewijd. In Delfi was dat een priesteres, de Pythia (één keer met naam genoemd door Herodotos: Aristonike, zie boek 7, hfdstt. 140, en boek 7, hfdst.141). Zij deed haar voorspellingen, na een schriftelijk ingediend verzoek, gezeten op een drievoet in het hart van de tempel.

Ook van de priesteressen in dienst van het orakel van Dodona geeft Herodotos de namen (hij kent ze, want hij is er zelf geweest, zie boek 2, hfdst. 52): Promeneia, Timarete en Nikandre (zie boek 2, hfdst. 55). Het bijzondere aan het orakel van Zeus in Dodona was dat de priesteressen de goddelijke boodschappen opmaakten uit het geruis van de bladeren van een eik, de aan Zeus gewijde boom. Dit is minder vreemd dan het lijkt, want het verhaal gaat dat een zwarte duif uit Egypte was neergestreken op de tak van een eik en met menselijke stem verkondigde dat daar een orakel van Zeus moest worden gesticht (zie boek 2, hfdst. 57).
Er moeten in de tijd van Herodotos collecties hebben bestaan van orakelspreuken uit de genoemde heiligdommen, maar ook van zieners als Bakis en Mousaios.[2] Enkele daarvan worden door hem letterlijk geciteerd en blijken de vorm van dichtregels, hexameters, te hebben (dit blijkt ook het geval, wanneer de spreuken in proza zijn weergegeven, want het oorspronkelijk metrum van de zinnen is behouden gebleven).
Hieronder volgt een lijst met 91 instanties waarin Herodotos orakels en voorspellingen noemt, al dan niet met volledig citaat.
| hfdst. | onderwerp |
|---|---|
| 1.13 | Het orakel van Delfi bevestigt het door een opstand verkregen koningschap van Gyges over Lydia, met die bepaling dat zijn nakomeling in de vierde generatie na hem hiervoor zou boeten. (Verder geen citaat.) |
| 1.19 | Het orakel van Delfi doet vooralsnog geen uitspraak over de ziekte van koning Alyattes van Lydia, vóórdat de door brand verwoeste tempel van Athena van Assesos is herbouwd. (Verder geen citaat.) |
| 1.46 | In zijn ongerustheid over de groeiende macht van het Perzische rijk stuurt Kroisos ter raadpleging gezanten naar de orakels van Delfi, Abai, Dodona, Amfiaraos, Trofonios, Branchidai en zelfs dat van Ammon in Egypte. (Verder geen citaat.) |
| 1.47 | Koning Kroisos van Lydia test orakels. Alleen de Pythia van Delfi weet te onthullen wat hij heimelijk heeft gedaan: hij sneed een schildpad en een lam aan stukken en kookte die in een bronzen pan met daarop een bronzen deksel. De woorden van de Pythia luiden: “Ik weet hoeveel zand er is, hoeveel water in de oceaan, | begrijp de doofstomme, versta de man die niet spreekt. | Tot mijn zinnen komt de geur van geharnast schildpad, | die in een bronzen pan met lamsvlees te sudderen ligt; | onder ligt brons, brons is er bovenop geplaatst.” |
| 1.53 | Zowel het orakel van Apollo in Delfi als dat van Amfiaraos voorspellen Kroisos dat “hij een groot rijk zou vernietigen, wanneer hij met een leger tegen de Perzen zou optrekken”. De koning ziet niet in dat met een ‘groot rijk’ zijn eigen koninkrijk wordt bedoeld. |
| 1.55 | Koning Kroisos vraagt zich af of zijn alleenheerschappij van lange duur zal zijn. Hij vat de door het orakel van Delfi letterlijk op en ziet niet in hoe een muilezel koning van de Meden kan worden, wat hem niet ervan weerhoudt de oorlog tegen Kyros te voeren. De woorden van het orakel luiden: “Wanneer nu een muilezel koning van de Meden wordt, | zet het dan, Lydiër met tere voeten, langs de kiezelrijke Hermos | op een vluchten, sta niet stil en schaam je niet voor je lafheid.” (In 1.91 volgt de uitleg van de ware betekenis van het orakel: de muilezel is Kyros, zoon uit een gemengd huwelijk.) |
| 1.62 | Amfilytos, ziener uit Akarnania, voorspelt Peisistratos de overwinning bij zijn derde poging Athene aan zich te onderwerpen: “Er is geworpen, het net is uitgespreid. | Tonijnen zullen aanstormen in door maan verlichte nacht.” |
| 1.64 | Peisistratos laat, gemotiveerd door uitspraken van orakels, het eiland Delos zuiveren door, zover als je vanuit de grote tempel van Apollo kunt kijken alle lijken uit dat gebied op te laten graven en naar een andere plek overplaatsen. |
| 1.65 | Bij het raadplegen van het orakel van Apollo te Delfi wordt Lykourgos, wetgever van Sparta, meteen met grote eerbied toegesproken en tot god verklaard: “Je bent, Lykoörgos, naar mijn rijke tempel gekomen | als vriend van Zeus en allen die het paleis op de Olympos bewonen. | Ik vraag me af of ik je tot god of tot mens moet verklaren. | Nee, liever god, denk ik, Lykoörgos.” |
| 1.66 | De Spartanen overwegen Arkadia te onderwerpen, maar krijgen van het orakel in Delfi het advies dat niet te doen. “U vraagt mij over Arkadia? Dat is nogal wat. Een antwoord zult u niet krijgen. | In Arkadia heb je veel mannen die eikels eten | en u zullen tegenhouden. Ik vind het wel best: | ik zal u Tegea geven om er stampvoetend te dansen | en een mooie vlakte om met een touw op te meten.” (De Spartanen denken vrij spel te hebben bij de verovering van Tegea. Het gevecht om Tegea wordt verloren en de krijgsgevangenen moeten het land bewerken “met de voetboeien om die ze bij zich hadden en binnen een met touw afgezet gebied”.) |
| 1.67 | De Spartanen, in hun wens de goden gunstig te stemmen, vragen waar zij het graf van Orestes kunnen vinden en krijgen als antwoord: “…waar twee winden, stevig voortgestuwd, waaien | en slag op slag volgt, leed bovenop leed ligt.” (De bewuste plek blijkt een smidse te zijn, zie 1.68.) |
| 1.75 | Kroisos stuurt gezanten naar orakels en baseert zich op een misleidend orakel (hier niet nader genoemd) om Perzisch grondgebied binnen te trekken. |
| 1.78 | ‘Uitleggers’ van het orakel van Telmessos verklaren Kroisos het wonder van de slangen etende paarden: een slang is een kind van de aarde (= Lydiërs), een paard vijand uit de vreemde (= Perzen). |
| 1.85 | Kroisos vraagt het orakel van Delfi wat hij moet doen om goed voor zijn doofstomme zoon te zorgen. Het antwoord van het orakel gaat, zoals wel vaker, niet direct op de vraag in, maar voorspelt een wonder bij onheil: “Lydiër, koning over velen, o zo domme Kroisos, | wil niet een stem waarnaar je vurig verlangt in het paleis horen | van een zoon die wil spreken. Het zou veel beter zijn als dit anders | voor jou afliep, want hij zal voor het eerst spreken op een dag vol onheil.” (Wanneer een Pers bij de bestorming van Sardes Kroisos dreigt te doden, komt de zoon tussenbeide en redt het leven van zijn vader met de eerste woorden die hij tijdens zijn leven uitspreekt. Vanaf dat moment heeft hij zijn spraakvermogen terug.) |
| 1.91 | Op verzoek van Kroisos geeft de Pythia uitleg bij de orakels die hij niet heeft begrepen: (1) Kroisos moet boete doen voor het vergrijp van zijn over-overgrootvader, (2) Apollo (Loxias) wist de inname van Sardes met drie jaar uit te stellen en heeft uiteindelijk Kroisos van de brandstapel gered, (3) de voorspelling dat hij een groot rijk zou vernietigen sloeg op zijn eigen rijk, (4) de muilezel is Kyros, kind van een Medische vrouw en een Pers. |
| 1.157-159 | De Kymeërs krijgen van het orakel van Branchidai de opdracht Paktyas, gouverneur van Kyros die in Sardes over het goud van Kroisos moet waken en naar Kyme is gevlucht, uit te leveren. Pas in derde instantie komt het orakel met de ware reden: “Ja, ik wil dat jullie om jullie goddeloos gedrag eerder aan jullie eind komen en voortaan niet voor de uitlevering van smekelingen naar het orakel komen.” |
| 1.165 | De Fokeërs, door de troepen van Harpagos uit hun stad Fokaia verjaagd, verhuizen naar Kyrnos (Corsica), waar zij twintig jaar eerder naar aanleiding van een orakelspreuk de stad Alalia hebben gesticht. |
| 1.167 | In opdracht van de Pythia brengen De Agylleërs (inwoners van het latere Caere) op de plek waar de Fokeërs op hun kust door Karthagers en Tyrsenen zijn gedood offers en houden er atletiekwedstrijden en paardenraces. |
| 1.167 | De stichting van Alalia door de Fokeërs berust op een misverstand, want de Pythia zou niet het eiland, maar de Zuid-Italische halfgod Kyrnos hebben bedoeld. |
| 2.19 | De inwoners van Marea en Apis, die buiten de Nijldelta leven, zien zichzelf meer als Libiërs dan Egyptenaren, maar het orakel van Ammon bepaalt anders: “Egypte is dát land dat door de Nijl wordt overstroomd en bevochtigd en Egyptenaren zijn zíj die ten noorden van de stad Elefantine leven en het water van die rivier drinken.” |
| 2.29 | In Meroë ten zuiden van Elefantine, waar Ethiopiërs leven, heb je een orakel van Zeus, dat middels orakelspreuken hen opdracht geeft wanneer zij ten strijde moeten trekken en op andere expedities gaan. |
| 2.52 | Pelasgen zijn na raadpleging van het orakel van Dodona hun goden naar Egyptisch voorbeeld namen gaan geven, een gebruik dat door de latere Grieken is overgenomen. |
| 2.54-57 | Twee zwarte duiven zijn vanuit Egypte opgestegen, waarvan de een in Libië kwam en de Libiërs opdroeg het orakel van Zeus in Ammon te stichten, de ander in Griekenland en de Pelasgen opdroeg het orakel van Zeus in Dodona te stichten. |
| 2.83 | In Egypte heb je orakels van Herakles, Apollo, Athena, Artemis, Ares en Zeus. Het meest gerespecteerde orakel is dat van Leto in Bouto. |
| 2.111 | Het orakel van Leto in Bouto voorspelt farao Feros dat hij verlost zal worden van zijn blindheid, wanneer hij zijn ogen bevochtigt met de urine van een vrouw die alleen met haar eigen man gemeenschap heeft en geen contact heeft met een andere man. (De urine van zijn eigen vrouw blijkt niet te helpen.) |
| 2.133 | Farao Mykerinos krijgt van het orakel van Leto in Bouto te horen dat hij nog zes jaar te leven heeft (in een tweede orakelspreuk wordt uitgelegd dat zijn voorgangers tempels hebben gesloten en verwaarloosd en hij aan deze maatregel niets heeft gedaan). Mykerinos leeft en viert feest dag én nacht en denkt zo zijn levensduur te verdubbelen. |
| 2.134 | Het orakel van Delfi wil het zoengeld voor de moord door zijn burgers op Aisopos uitkeren en ontdekt dat Iadmon, kleinzoon van Iadmon, Aisopos’ meester, toen deze nog zijn slaaf was, dat opeist. |
| 2.139 | Ethiopische usurpator Sabakos vertrekt na 50 jaar vrijwillig uit het door hem bezette Egypte, omdat dat de tijd was die orakels, ooit door de Ethiopiërs geradpleegd, hadden voorspeld. Een droom die hij heeft, bevestigt volgens hem de juistheid van de voorspelling. |
| 2.151 | De voorspelling (zie 2.147) van het orakel (van Bouto?) komt uit: wie van hen uit een bronzen schaal een plengoffer bracht, zou enig farao over Egypte worden. Om die voorspelling hebben twaalf farao’s het land strikt verdeeld in twaalf porties, maar tijdens een offerplechtigheid miste er een schaal en gebruikt Psammetichos zijn bronzen helm als plengschaal. |
| 2.152 | Het orakel van Bouto voorspelt Psammetichos, verdreven door zijn elf mede-farao’s, dat wraak “vanuit zee zou komen, wanneer mannen van brons opduiken”. Het blijkt even later te gaan om zeerovers uit Ionia en Karia te gaan die een wapenrusting van brons (toen onbekend in Egypte) droegen. |
| 2.155 | H. beschrijft ligging en omvang van het orakel van Leto in Bouto. |
| 2.158 | Farao Nekos staakt halverwege het graven van een kanaal naar de Rode Zee, omdat een orakel hem ervoor waarschuwde dat hij het de ‘buitenlander’ gemakkelijk maakte (om Egypte binnen te vallen). |
| 2.174 | Amasis, notoir levensgenieter en toen nog geen farao, neemt het niet zo nauw met andermans bezittingen. Hij moet van zijn eigen volk regelmatig voor orakels (blijkbaar fungeren die als gerechtshof) verschijnen, die hem even vaak schuldig als onschuldig verklaren. Eenmaal farao geworden straft hij de orakels die hem vrijspraken, beloont hij de orakels die hem veroordeelden. |
| 2.175 | H. is vol bewondering voor de architectuur van de tempel van Athena in Saïs. “Het bouwwerk waarvoor ik niet de geringste, maar juist de grootste bewondering heb, is de kamer, gehouwen uit één steen, die hij uit de stad Elefantine liet komen.” |
| 3.16 | Van een orakel begrijpt Amasis dat de Perzen zijn lichaam, eenmaal gemummificeerd, zullen verminken. Hij denkt door het lichamelijk overschot van een dubbelganger naast de toegangsdeur van zijn grafkamer op te stellen aan zijn lot te ontkomen. |
| 3.57 | De Sifniërs zijn benieuwd of de voorspoed die zij beleven blijvend is. Het antwoord van de Pythia luidt: “Wanneer op Sifnos het raadhuis een witte kleur krijgt en | het marktplein witte wenkbrauwen, dán is een wijs man nodig | om je te wapenen tegen een houten leger en een rode heraut.” Het houten leger en de rode heraut blijken het met rode menie beschilderde schip van Samiërs te zijn die om tien talenten als lening vragen en, omdat ze die niet krijgen, Samos plunderen (zie 3.58). |
| 3.64 | Kambyses denkt te zullen sterven in Agabatana in Medië, zoals het orakel van Bouto had voorspeld, maar na een ongelukkige verwonding na een sprong op zijn paard sterft hij in Agbatana, een stad in Syrië, waar hij is op weg om de paleisrevolutie van Smerdis neer te slaan. |
| 4.67 | Skythische zieners doen hun voorspellingen aan de hand van twijgen van wilgenhout. |
| 4.67 | De Enareërs, die naar eigen zeggen de zienerskunst van Afrodite hebben gekregen, doen hun voorspellingen aan de hand van de in drieën gespleten bast van de linde. |
| 4.149 | Op aanwijzing van het orakel hebben de afstammelingen van Aigeus een heiligdom voor de Wraakgodinnen van Laios en Oidipous opgericht. |
| 4.15 | Grinnos, afstammeling van Theras (naamgever van het eiland Thera), brengt in Delfi een groot dierenoffer en krijgt ongevraagd het advies om een stad te stichten in Libya. Hij voelt zich te oud voor de opdracht, weet niet waar Libya ligt en wijst naar een lid uit zijn gezelschap, Battos. |
| 4.151 | Het eiland Thera gaat gebukt onder droogte en wanneer de bewoners het orakel van Delfi raadplegen, brengt de Pythia haar vorige orakelspreuk (zie 4.150) in herinnering. |
| 4.155 | Battos, die leed aan stotteren, batarizein (Gr. βατταρίζειν), raadpleegt het orakel van Delfi, dat niet op zijn vraag ingaat, en krijgt als antwoord: “Battos, jij kwam voor je stem; maar jij wordt door heer Foibos Apollo | als kolonist naar het schapen voedende Libya gestuurd.” (Achteraf wordt duidelijk dat de Pythia het Libische woord battos bedoelt, dat ‘koning’ betekent, en Battos heeft toegesproken met de woorden: “Koning, jij kwam voor je stem…”.) |
| 4.157 | Battos en zijn volgelingen vestigen zich op Platea, een eilandje voor de kust van Libya, maar beleven er geen goede tijd. Zij gaan naar Delfi, waar de Pythia hen te woord staat met: “Als jij het schapen voedende Libya beter kent dan ik, | terwijl jij er niet bent geweest en ik wel, bewonder ik je wijsheid zeer.” (Dit doet Battos en zijn mensen besluiten zich inderdaad te vestigen op de kust van Libya.) |
| 4.159 | De Pythia spoort álle Grieken in Kyrene aan vestigingen overal in Libya te stichten, voordat hun land (na verdeling) op is: “Wie in het populaire Libya komt ná | de landverdeling, zal het, zeg ik, eens berouwen.” |
| 4.163 | Arkesilaos III, verdreven uit Kyrene, brengt een leger op de been en wil vanuit Samos terugkeren. Hierover geraadpleegd voorspelde de Pythia het volgende: “Voor de duur van vier heersers Battos en vier heersers Arkesilaos, te weten acht generaties, gunt Loxias het jullie om koning te zijn over Kyrene. Hij raadt jullie aan beslist niet meer dan dit te proberen. Keer huiswaarts en houd je in ieder geval gedeisd. Wanneer je de oven aantreft gevuld met kruiken, bak ze niet hard, maar zend ze weg zonder breken. Als je echter de oven verhit, betreed dan niet het land omgeven door water, anders zullen jij zelf én de stier die de mooiste heet te zijn omkomen.” (De strekking van het orakel dringt tot Arkesilaos pas door, wanneer hij in een wraakactie zijn tegenstanders in Kyrene, die zich in een woontoren hebben verschanst, levend verbrandt.) |
| 4.178 | Spartanen krijgen van het orakel te horen dat zij zich moeten vestigen op het eiland Fla midden in het Tritonismeer. |
| 4.203 | Perzen, die na de onderwerping van Barke naar Egypte terugkeren, krijgen vrije doorgang van de Kyreneërs, die daarmee een orakelspreuk in vervulling brengen. |
| 5.1 | Het orakel draagt de Paioniërs op om tegen de Perinthiërs op te trekken en ze aan te vallen, wanneer zij vanuit hun positie tegenover hen zich provocerend zouden gedragen door hen individueel uit te dagen, maar dit niet te doen, wanneer zij niet zouden roepen. Bij het derde gevecht heffen de Perinthiërs het paian aan, wat door de Paioniërs wordt opgevat als de uitdaging waarover het orakel spreekt. |
| 5.43 | Dorieus, broer van de Spartaanse koning Kleomenes, wil niet onder hem in Lakedaimonia blijven en sticht op aanraden van de voorspellingen van Laios op Sicilië de stad Herakleia. Hij vindt bevestiging in het orakel van Delfi: hij zal het land waarnaartoe hij reist (dat van Sybaris), in handen krijgen. |
| 5.45 | De inwoners van Sybaris (Zuid-Italië) zeggen dat Dorieus de voorspellingen verkeerd heeft begrepen en daarom vroegtijdig is gestorven. Hij had zich tot zijn vestiging op Sicilië moeten beperken. |
| 5.63 | Op grond van een herhaalde orakelspreuk van de Pythia trekken de Lakedaimoniërs eropuit om de Peisistratiden uit Athene te verdrijven. |
| 5.67 | Kleisthenes van Athene wil de cultus van Adrastos in Sikyon uitbannen en krijgt van de Pythia als antwoord dat Adrastos koning van de Sikyoniërs was, maar hijzelf een ‘steniger’. Hij begint een cultus van Melanippos in Thebe en kent liederen en dansen die oorspronkelijk Adrastos eren aan Dionysos toe. |
| 5.79-80 | In hun rivaliteit met de Atheners raadplegen de Thebanen Apollo, die hen adviseert hulp van hun naasten te vragen. Uiteindelijk denken zij te begrijpen dat met ‘naasten’ niet hun buurvolkeren worden bedoeld, maar de Aigineten, omdat zij net als zijzelf nakomelingen van de legenadrische Asopos zijn. |
| 5.82 | Het land van de Epidauriërs brengt geen oogst op en zij raadplegen het orakel van Delfi. De Pythia adviseert om standbeelden van Damia en Auxesia op te richten, niet van brons of steen, maar van olijfhout. |
| 5.89 | De Atheners willen zich op de Aigineten, die hun kustgebied hebben verwoest, wreken. Het orakel van Delfi verklaart dat zij dertig jaar moeten wachten en daarna eerst een heiligdom voor de held Aiakos moeten oprichten. (Dat laatste gebeurt, maar de Atheners kunnen geen dertig jaar wachten.) |
| 5.90 | De Lakedaimoniërs verdiepen zich niet (althans te laat) in de orakelspreuken die Kleomenes van de Akropolis heeft meegenomen. Het betreft een collectie die door de Peisistratiden werd bewaard. |
| 5.92β | Eëtion van Korinthe kan bij Labda geen kinderen krijgen en meldt zich bij de Pythia die hem bij binnenkomst meteen toespreekt: “Eëtion, niemand vereert jou, hoeveel respect jij ook verdient. | Labda wordt zwanger, maar zal een ronde steen baren; deze zal vallen | op koninklijke mannen en Korinthe straffen.” Eerder heeft het orakel de Bakchiaden, de heersende familie in Korinthe, voorspeld: “Een adelaar wordt op de rotsen zwanger en zal een leeuw baren, | sterk en vraatzuchtig; hij zal velen knikkende knieën bezorgen. | Denk hier nu goed aan, Korinthiërs, die bij de mooie | Peirene wonen en in het hooggelegen Korinthe.” (De voorspellingen slaan op de komst van tiran Kypselos.) |
| 5.92ε | Eenmaal volwassen geworden vraagt Kypselos het orakel van Delfi om advies en krijgt het volgende te horen (een ‘tweeledig’ advies): “Gelukkig de man die mijn huis betreedt, | Kypselos, zoon van Eëtion, koning van het vermaarde Korinthe, | hijzelf én zijn kinderen, maar niet langer de kinderen van zijn kinderen.” |
| 5.92η | Periandros, tiran van Korinthe en opvolger van Kypselos, raadpleegt het orakel van de Thesprotoi aan de Acheron over geld dat voor hem verborgen blijft. Zijn door hem vermoorde vrouw Melissa verschijnt aan hem en verwijt hem dat hij haar zonder kleren de dood heeft ingejaagd en herinnert hem aan zijn necrofiele handelingen: “Jij doet je brood in de oven, als die koud is.” |
| 5.114 | In gevechten om het eiland Kypros sneuvelt Onesilos, koning van Salamis. De Amathousiërs hakken zijn hoofd af en hangen het boven de stadspoort van Amathous. Wanneer bijen zich in het zetelen geeft het orakel hen de raad het hoofd te begraven en ieder jaar offers te brengen als aan een halfgod, waarna de toekomst er voor hen beter zou gaan uitzien. |
| 6.19 | Het orakel van Delfi voorspelt ongevraagd de inwoners van Milete (het waren de inwoners van Argos die om raad vroegen in hun strijd tegen de Lakedaimoniërs) wat hen tijdens de Ionische opstand te wachten staat: “Dán immers, Milete, bedenker van kwade acties, | zul jij voor velen een feestmaal worden en prachtige geschenken (opleveren); | jouw echtgenotes zullen de voeten wassen van velen die lang haar dragen; | anderen zullen zich bekommeren om onze tempel in Didyma.” |
| 6.34 | De Dolongken op de Chersonesos, belaagd door de Apsynthiërs, vragen het orakel van Delfi om advies. De Pyhtia adviseert hen als stedenstichter die man mee naar huis te nemen, die de eerste is om hen gastvrij onderdak te bieden, wanneer zij het heiligdom verlaten hebben. (Na rondgedwaald te hebben worden zij in Athene gastvrij onthaald door Miltiades, zoon van Kimon, die dan in onmin leeft met Peisistratos en zo krijgt hij het gezag over Chersonesos.) |
| 6.66 | De Spartanen willen duidelijkheid en vragen het orakel van Delfi of Demaratos echt een kind is van Ariston. De Pythia antwoordt ontkennend. (Naar later blijkt, heeft Kolon, invloedrijk man in Delfi, dit antwoord op aandringen van Spartaans koning Kleomenes gemanipuleerd.) |
| 6.76 | Het orakel van Delfi voorspelt Kleomenes (tijdens dezelfde gelegenheid als in 6.19, zie boven), dat hij Argos zal innemen: “Maar wanneer de vrouw de man heeft overwonnen en | verdreven en roem vergaart onder de inwoners van Argos, | dan zal zij vele vrouwen uit Argos opengereten wangen bezorgen. | Daarom zal ooit ook iemand uit latere generaties zeggen: | een vreselijke slang is zonder te kronkelen omgekomen, gedood door een speer.” (In 6.80 blijkt ‘Argos’ de benaming van een aan Apollo gewijd bos te zijn, niet de stad Argos, wat de mislukte expeditie van Kleomenes tegen die stad verklaart.) |
| 6.86γ | De Spartaan Glaukos krijgt van een Milesiër geld in bewaring, maar wanneer de zonen van de Milesiër het geld komen opvragen, doet hij alsof hij nergens van afweet. Hierop raadpleegt Glaukos het orakel van Delfi. Hij vraagt het orakel of hij door te zweren niets te weten het geld kan bbehouden, waarop het antwoord van de Pythia luidt: “Glaukos, zoon van Epikydes, het is zo gewin op korte termijn, | door een eed je slag slaan en geld buit te maken. | Zweer!, want ook een man die zich aan zijn eed houdt, wacht de dood. | Maar Eed heeft een zoon zonder naam: hij heeft geen handen | en geen voeten, maar is snel in de achtervolging, totdat hij je oppakt | en heel je geslacht te gronde richt en je hele familie. | Het geslacht van een man die zich aan zijn eed houdt, heeft het later beter.” |
| 6.98 | Het eiland Delos, voorheen vrij van aardbevingen, wordt na het vertrek van de troepen van Datis (hij is daarmee onderweg naar Marathon) getroffen door een aardbeving. Er bestaat een orakelspreuk met de voorspelling: “Ik zal Delos doen bewegen, ook al is het onbewogen.” |
| 6.118 | De Thebanen halen na een orakelspreuk het vergulde standbeeld van Apollo op van het eiland Delos, dat door Datis op zijn terugtocht na de verloren slag bij Marathon is achtergelaten. (Hij heeft de Deliërs opgedragen het beeld terug te brengen, maar zij negeren dit.) |
| 6.139 | De Pelasgen op Lemnos doden de kinderen uit hun Attische vrouwen uit angst dat deze ooit de macht zullen grijpen. Hierop brengt hun eiland geen vruchten meer op. Hierom geraadpleegd draagt de Pythia hen op elke straf van de Atheners te ondergaan die zij hen zullen opleggen. De Atheners verzoeken de Pelasgen hun eiland in perfecte staat over te dragen, waarop de Pelasgen reageren met: “Als een schip bij noordenwind binnen één dag erin slaagt vanuit jullie land het onze te bereiken, zullen wij dat doen.” Normaal gesproken is dit onmogelijke gezien de verre ligging van Attika t.o.v. Lemnos. (In 6.140 blijkt dat Miltiades, zoon van Kimon, hierin slaagt vanuit Elaious op de Chersonesos, dat toen “Attisch” grondgebied is geworden.) |
| 7.6 | Zonen van Peisistratos reizen af naar Sousa met in hun gevolg de waarzegger (chrēsmologos, Gr. χρησμολόγος) Onomakritos, verzamelaar en uitgever van orakelspreuken van Mousaios. Hij citeert alleen de gunstige passages uit de door hem meegebrachte voorspellingen en beweert dat het voorbestemd is dat een Pers een brug zal slaan over de Hellespont. |
| 7.117 | De Akanthiërs brengen aan Artachaïes als aan een halfgod offers, sinds een orakel hierover een uitspraak heeft gedaan. |
| 7.14 | Terwijl Xerxes met zijn leger door Thessalia oprukt, zoeken de Atheners raad bij het orakel van Delfi. De Pythia, die Aristonike heet, spreekt hen als volgt toe: “Stakkers! Waarom treuzelen jullie? Vlucht naar de landsgrens en verlaat |je huizen en de hoge toppen van je stad, zo rond als een wiel. | Noch het hoofd noch het lichaam blijft intact; | ook niet de uiteinden, voeten en handen, en wat in het midden zit, | blijven over. Het is een en al ellende. De stad stort ineen | door vuur en felle Ares die de uit Syria afkomstige wagen voor zich uitdrijft. | Hij zal ook vele andere burchten te gronde richten en niet alleen die van jou. | Talloze tempels van de onsterfelijken zal hij aan het verterende vuur geven | die er nu nog wel staan, badend in het zweet, | bevend van angst. Van de hoogste daken | is donker bloed neergestroomd, een aankondiging van onvermijdelijk onheil. | Vooruit, ga weg uit deze heilige ruimte en dompel je ziel in het kwaad.” |
| 7.141 | De Atheners hopen op een gunstigere voorspelling dan die hierboven en vragen weer om raad, nu met smekelingentakken. De tweede orakelspreuk van de Pythia luidt: “Pallas kan de Olympische Zeus niet mild stemmen, | door met tal van woorden en grote wijsheid te smeken. | Toch zal ik nog een keer voor u een uitspraak doen, met staal onderbouwd: | wanneer al het andere is bezet wat binnen Kekrops’ grens | en de dalen van de zeer goddelijke Kithairon valt, | gunt Zeus met zijn luide stem Tritogenes een muur van hout, | het enige dat onneembaar zal zijn en u en uw kinderen zal helpen. | U moet niet rustig de komst van een ruiterij en een landleger | begeleid door vele troepen uit het continent afwachten, maar wijken | en ze de rug toekeren; er komt nog een moment om tegenstand te bieden. | Goddelijk Salamis, jij bezorgt kinderen van vrouwen de dood, | of nu Demeter wordt uitgestrooid of juist bijeengebracht.” (Themistokles weet naar aanleiding van deze tweede voorspelling de Atheense bevolking ervan te overtuigen dat met “een muur van hout” de Atheense vloot wordt bedoeld en zij met de Perzen een zeeslag moeten aangaan.) |
| 7.148 | De inwoners van Argos weten niet goed of zij zich bij de Griekse coalitie tegen de Perzen moeten aansluiten en vragen het orakel van Delfi om raad. Het antwoord van de Pythia luidt: “Vijand voor omwonenden, geliefd bij de onsterfelijke goden, | houd de speer in ruststand, maar wees op je hoede | en houd het hoofd in de gaten: het hoofd zal het lichaam redden.” (De inwoners van Argos eisen hierna voor 50 procent het bevelhebberschap over de Griekse troepen op.) |
| 7.178 | In de aanloop tot de gevechten bij Thermopylai en Artemision zijn de inwoners van Delfi ongerust over hun lot. Het orakel van Delfi deelt mee dat zij tot de winden moeten bidden, omdat zij belangrijke helpers van Griekenland zijn. (Later wijden de inwoners van Delfi in Thuia een altaar voor de winden.) |
| 7.189 | De Atheners schakelen de hulp van Boreas in naar aanleiding van een voorspelling, anders dan de vorige: zij moeten de hulp van hun ‘zwager’ inroepen. (De windgod Boreas was gehuwd met Oreithyia, dochter van Erechtheus, legendarische eerste koning van Athene.) |
| 7.197 | De Achaioi bestraffen naar aanleiding van een orakelspreuk de nakomelingen van Athamas, moordenaar van zijn eigen zoon Frixos uit een eerder huwelijk, door hen de toegang tot het gemeentehuis te ontzeggen. Wie van hen dat toch doet, wordt geofferd. |
| 7.219 | Ziener Megistiës voorspelt aan de hand van voortekens bij offerdieren dat de Grieken in Thermopylai bij de volgende dageraad de dood zullen vinden. |
| 7.220 | Bij het uitbreken van de oorlog tegen de Perzen voorspelt de Pythia de Spartanen dat óf Lakedaimon zal worden verwoest óf hun koning zal omkomen: “Voor jullie, bewoners van Sparta met ruime dansplaatsen, | gaat een grote, roemvolle stad door mannen, nakomelingen van Perses, | verloren of, zo niet, zal de uit het geslacht van Herakles afstammende | koning om zijn dood worden beweend door het land Lakedaimon.| Want tegen hem zal de kracht van stieren noch van leeuwen | opgewassen zijn, want hij heeft de kracht van Zeus. Hij zal volgens mij | niet getemd worden, voordat hij volledig deel krijgt aan een van deze twee.” (De orakelspreuk motiveert Spartaans koning Leonidas om alleen met zijn soldaten tegen de Perzen bij Thermopylai weerstand te bieden.) |
| 8.20 | De bewoners van Euboia slaan geen acht op de orakelspreuk van Bakis: “Let op: wanneer een buitenlander een juk in zee gooit | van papyrus, houd dan de geiten, die flink blaten, ver van Euboia.” (Zij vonden de spreuk betekenisloos.) |
| 8.36 | De Perzen zijn in aantocht en de inwoners van Delfi raken in paniek. Zij raadplegen het orakel over hun heilige bezittingen. Zij krijgen als antwoord dat zij die niet mogen verplaatsen, want de god was zelf in staat zijn eigen spullen te beschermen. |
| 8.62 | Volgens Themistokles verkondigen orakelspreuken dat door de Atheners in Siris in Italië een kolonie moet worden gesticht. (Aanleiding en inhoud worden niet gespecificeerd.) |
| 8.77 | Een orakelspreuk van Bakis voorspelt de Grieken de overwinning in de zeeslag bij Salamis: “Wanneer ze de heilige landtong van Artemis met gouden zwaard | door schepen hebben verbonden met het aan zee liggende Kynosoura, | na met ziedend verlangen schitterend Athene te hebben verwoest, | zal stralende Dike sterke Koros, zoon van Hybris, beteugelen, | die vurig smacht en denkt dat alles zich naar hem schikt, en zal Ares met bloed | de zee kleuren. Dán breekt voor Griekenland de dag van de bevrijding aan | dankzij wijd en zijd donderende Kronides en machtige Nike.” (H. merkt op dat hij de juistheid van de orakelspreuk niet in twijfel trekt.) |
| 8.96 | De vloot van de Perzen is tijdens de zeeslag bij Salamis grotendeels vernietigd en het hout van de scheepswrakken spoelt aan op het strand ‘Kollias’ van Attika. De voorspelling van Lysistratos van Athene, die voortekens interpreteert, is alle Grieken ontgaan: “Vrouwen van Kolias zullen bakken met roeiriemen.” |
| 8.114 | Terwijl Xerxes op zijn terugtocht in Thessalia verblijft en Mardonios zijn leger selecteert, laat het orakel van Delfi de Spartanen weten dat zij van de Perzische koning schadeloosstelling voor de dood van Leonidas moeten eisen en alles wat hij aanbiedt aanvaarden. (Met onverholen sarcasme laat Xerxes weten dat zijn generaal Mardonios hen ‘schadeloosstelling’ zal geven, zonder te beseffen dat nu – zie 9.64 – het lot van Mardonios is bezegeld.) |
| 8.135-136 | Mardonios laat een zekere Mys, een man uit Europos in Karia, bij diverse orakels langsgaan. De orakelpriester van Apollo van Ptoios spreekt hem toe in het Karisch. Naar aanleiding van zijn woorden stuurt hij de Makedoniër Alexandros als gezant naar Athene, erop vertrouwend dat de Atheners geïnteresseerd zijn in samenwerking. (H. heeft het nergens over de inhoud van de woorden van de orakelpriester. De motieven van Mardonios zijn miss. gebaseerd op fictie van de schrijver.) |
| 9.33 | Teisamenes, ziener uit Elis, raadpleegt het orakel van Delfi over het krijgen van kinderen. Het orakel laat weten dat hij “vijf geweldige wedstrijden” moet winnen. (Teisamenes denkt dat hiij op de Olympische spelen de vijfkamp moet winnen, maar de Lakedaimoniërs zien in dat het orakel geen sportieve, maar militaire prestaties bedoelt.) |
| 9.37 | Uit offers die Mardonios door ziener Hegesistratos uit Elis laat uitvoeren, blijkt dat het niet het juiste moment is om de strijd (bij Plataiai) tegen de Grieken aan te gaan. |
| 9.43 | Er bestaat een voorspelling van Bakis die het einde inluidt van het Perzische leger: “…de bijeenkomst bij de Thermodon en Asopos, langs de weilanden, | van de Grieken en het geschreeuw in een buitenlandse taal, | waar, Lachesis en Moros voorbij, velen zullen sneuvelen | van de Perzische boogschutters, wanneer het uur van hun dood luidt…” |
| 9.93 | De meest prominente inwoners van Apollonia (aan de Ionische Golf) geven op grond van een orakelspreuk (niet nader beschreven) hun schapen bij tourbeurt een bijzondere behandeling door ze in een grot op enige afstand van hun stad op stal te zetten. |
| 9.93 | De schapen van Apollonia werpen geen jongen meer. De orakels van Dodona en Delfi dragen de inwoners van Apollonia, die hun stadgenoot Euenios hebben blindgemaakt, omdat hij tijdens zijn wacht in slaap is gevallen en hun schapen kwijtraakte, op hem te compenseren. (Het zijn de goden die hun schapen ontvreemd hebben.) |
[1] Een nuttig overzicht van waarzeggers en orakels bij de Grieken is te vinden in de dissertatie van G.C.J. Daniëls, Religieus-historische studie over Herodotus, Standaard / Dekker & Van de Vegt (Antwerpen – Nijmegen, 1946, pdf-bestand) p. 57 e.v., m.n. par. 2 & 3.
[2] Raadpleeg voor collecties van orakels van o.m. Bakis en Mousaios de studie van Matthew Dillon, Omens and Oracles, Divination in ancient Greece, uitg. Routledge (London & New York, 2017), preview, m.n. pp. 19-24.