[141] Zo luidde Alexandros’ boodschap. De Lakedaimoniërs hoorden van Alexandros’ komst naar Athene om de Atheners een pact te laten sluiten met de Perzen en herinnerden zich de voorspellingen dat zij samen met de overige Doriërs door de Perzen en Atheners van de Peloponnesos zouden worden verdreven.[1] Groot was hun angst dat de Atheners het eens werden met de Perzen. Ze besloten onmiddellijk gezanten te sturen.
Nu wilde het toeval dat hun bezoek samenviel met dat van Alexandros.[2] De Atheners wachtten hun komst af door tijd te rekken.[3] Ze wisten heel goed dat het bericht van de komst van een boodschapper van de Perzen voor het sluiten van een pact de Lakedaimoniërs zou bereiken en dat deze meteen gezanten zouden sturen. Zij deden dit met opzet, want ze wilden de Lakedaimoniërs duidelijk maken wat hun standpunt was.
Verzoek van de Lakedaimoniërs
[142] Toen Alexandros was uitgesproken, was het de beurt aan de gezanten uit Sparta. Zij zeiden: “De Lakedaimoniërs hebben ons gestuurd om jullie te verzoeken wat Griekenland betreft geen andere koers te varen en niet in te gaan op voorstellen van de Perzen. Het is verre van correct en zuiver tegenover de rest van de Grieken en dit geldt om vele redenen al helemaal voor jullie. De oproep tot deze oorlog kwam van jullie; wíj wilden die helemaal niet.[4] Jullie grondgebied was van begin af aan inzet van het conflict geweest, maar nu is zelfs heel Griekenland hierin verwikkeld. Dit alles is tot daaraantoe…, maar het is volledig onacceptabel dat de Grieken onderworpen worden door jullie schuld. De Atheners hebben van oudsher altijd laten zien voor de vrijheid van vele mensen te zijn opgekomen. Nu jullie in moeilijkheden worden gebracht, leven wij met jullie mee, zeker nu jullie al twee oogsten zijn misgelopen[5] en reeds geruime tijd schade hebben ondervonden.[6] Als compensatie hiervoor bieden de Lakedaimoniërs en hun bondgenoten jullie aan jullie vrouwen en ieder gezinslid dat geen bijdrage aan de strijd kan leveren op te vangen, zolang als deze oorlog duurt. Maar jullie moeten je niet laten ompraten door Alexandros, want hij stelt het voorstel van Mardonios mooier voor dan het is. Hij kan niet anders dan wat hij doet: de ene tiran werkt met de ander onder één hoedje. Wees voorzichtig en ga er niet op in: jullie weten dat de Perzen helemaal niet te vertrouwen en niet oprecht zijn.”
Alexandros vangt bot
[143] Dat waren de woorden van de gezanten. De Atheners gaven Alexandros het volgende antwoord: “Ook wijzelf zijn ervan doordrongen dat de Meden over een legermacht beschikken vele malen groter dan die van ons, maar dat geeft u nog niet het recht hierover tegen ons laatdunkend te doen. Wij geven niettemin onze onafhankelijkheid niet op en zullen ons hoe dan ook verdedigen. Doe geen poging ons te overtuigen om met de Perzen een pact te sluiten; wij zullen ons niet laten overhalen. Meld Mardonios dus wat de Atheners verklaren: zolang als de zon dezelfde weg aflegt als nu, zullen wij nooit met Xerxes een pact sluiten.[7] Wij zullen tegen hem optrekken en hem van ons afslaan, vertrouwend op onze goden en halfgoden, die wij aan onze zijde vinden. Hij kende voor hen geen enkel ontzag en liet hun tempels en beelden in de as leggen. Vertoon u in het vervolg niet meer met zulke voorstellen aan de Atheners: denk niet een goede dienst te bewijzen door ons aan te sporen tot goddeloze daden. Wij willen niet dat u, diplomaat en vriend, door toedoen van de Atheners ook maar één vervelende ervaring heeft.”
De Lakedaimoniërs gerustgesteld
[144] Dat was het antwoord dat ze Alexandros gaven. Dit kregen de gezanten uit Sparta van hen te horen: “De Lakedaimoniërs waren bang dat wij met de Perzen een pact zouden sluiten, en dat was een evident natuurlijke reactie. Jullie kennen de instelling van de Atheners en toch lijkt het erop dat jullie angst op een vergissing berust: nergens op aarde is er zoveel goud of land dat zich zo onderscheidt in schoonheid en kwaliteit dat wij, als ons dat werd geschonken, de zijde van de Perzen zouden kiezen en Griekenland laten onderwerpen. Talrijk en belangrijk zijn de redenen die ons hiervan weerhouden, ook al zouden we ertoe geneigd zijn. De eerste en meest doorslaggevende is het in de as leggen en vernietigen van godenbeelden en tempels. Het is onze plicht ons hiervoor volledig te revancheren,[8] méér dan een pact te sluiten met wie dit op z’n geweten heeft. Verder is het verkeerd dat Atheners de Grieken, een volk van één en hetzelfde bloed en één en dezelfde taal, hun gemeenschappelijke tempels, offers aan de goden en de gewoontes die zij met elkaar delen, verraden.[9] Daarom moeten jullie beseffen, mocht dat besef er niet eerder zijn geweest, dat wij, zolang er ook maar één Athener in leven is, nooit met Xerxes een pact zullen sluiten. Nu we schade hebben ondervonden, zijn jullie zo met ons lot begaan dat jullie onze families willen opvangen. We zijn blij met de aandacht die jullie ons schenken. Jullie aanbod overstijgt al onze verwachtingen. Nee, we zullen ons erdoorheen slaan, zoals we er nu voor staan, zonder jullie tot last te zijn. De huidige omstandigheden vragen erom dat jullie zo snel mogelijk een leger eropuit sturen. Naar onze inschatting duurt het niet lang meer of de Perzen vallen ons land binnen, zodra zij het bericht krijgen dat we niets van de dingen zullen doen die zij van ons vragen. Voordat zij Attika bereiken, is dit het juiste moment om alvast hulptroepen naar Boiotia te sturen.”
Na dat antwoord van de Atheners keerden de gezanten terug naar Sparta.
[1] Is het mogelijk dat de schrijver verwijst naar de orakelspreuken die Kleomenes in 511 vóór Christus uit Athene had meegenomen (zie boek 5, hfdst. 90)?
[2] De Atheners speelden het spel om Alexandros en de Lakedaimoniërs op hetzelfde tijdstip voor hetzelfde bestuursorgaan te ontvangen en te laten spreken.
[3] Ze hielden Alexandros dus aan het lijntje.
[4] Het Spartaanse antwoord op het Perzische gezantschap getuigde voorafgaand aan de oorlog allerminst van vredelievendheid (zie boek 7, hfdst. 133).
[5] Een niet al te duidelijke omschrijving; doelt de schrijver op de in 480 vóór Christus door de Perzen vernietigde oogst en de verkeken mogelijkheid tot zaaien in 497 vóór Christus?
[6] Een verwijzing naar de materiële schade aan huizen, openbare gebouwen en tempels.
[7] De Atheense vastberadenheid wordt middels een zegswijze vergeleken met de onveranderlijkheid van de natuurwetten.
[8] De eerste reden bevat een religieus motief.
[9] De tweede reden is van politieke aard.