Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Xerxes’ manschappen

(2 van 4 pagina’s)

Onderwerpen op andere pagina’s:
Perzen, Meden e.a.Libiërs, Paflagonen e.a.nog meer volksstammen

Baktriërs en Saken

[64] De Baktriërs namen deel aan de veldtocht met een hoofdbedekking die het dichtst in de buurt komt van die van de Meden; zij hadden bogen van riet uit de eigen streek en korte lansen. De Saken uit Skythia droegen op hun hoofd een stijve puntmuts en hadden een broek aan; hun bogen waren typisch voor hun gebied; zij hadden naast dolken ook nog sagaris, ‘strijdbijlen’. Hoewel het Skythen zijn, noemen ze hen Amyrgische Saken.[5] Bij de Perzen heten álle Skythen ‘Saken’. De aanvoerder van de Baktriërs en Saken was Hystaspes, zoon van Dareios en Kyros’ dochter Atossa.

Indiërs e.a.

[65] De Indiërs droegen kleren van katoen en hadden bogen en pijlen van riet met punten van ijzer. Meer dan dat was hun uitrusting niet. Op deze veldtocht waren zij ingedeeld bij de troepen van Farnazathres, zoon van Artabates.

[66] De Ariërs hadden bogen als die van de Meden, voor de rest waren zij uitgerust als de Baktriërs. Zij stonden onder aanvoering van Sisamnes, zoon van Hydarnes. Ook de Parthen, Chorasmiërs, Sogden, Gandariërs en Dadiken droegen dezelfde uitrusting als de Baktriërs. Hun aanvoerders waren Farnakes’ zoon Artabazos (Parthen en Chorasmiërs),[6] Artaios’ zoon Azanes (Sogden) en Artabanos’ zoon Artyfios (Gandariërs en Dadiken).

Kaspiërs, Sarangen, Paktyën e.a.

[67] De Kaspiërs namen deel aan de veldtocht gehuld in een leren jas en voorzien van bogen van riet uit de eigen streek en een kromzwaard. Zo waren zij uitgerust en als hun legeraanvoerder was Ariomardos aangesteld, broer van Artyfios. De Sarangen vielen op door hun gekleurde kleding en droegen laarzen die tot aan de knieën reikten; ze hadden verder Medische bogen en lansen. De Sarangen stonden onder het bevel van Ferendates, zoon van Megabazos. De Paktyën droegen leren jassen en hadden bogen uit de eigen streek en dolken. Tot hun aanvoerder was Artaÿntes, zoon van Ithamitras, benoemd.

[68] De Outiërs, Myken en Parikaniërs hadden dezelfde uitrusting als de Paktyën. Dareios’ zoon Arsamenes en Oiobazos’ zoon Siromitras waren hun bevelhebbers, de eerste van de Outiërs en Myken, de laatste van de Parikaniërs.

Arabieren en Ethiopiërs

[69] De Arabieren droegen kaftans, met gordels op heuphoogte vastgemaakt. Zij beschikten over langwerpige bogen met tegenspanning, gedragen aan hun rechterzij. De Ethiopiërs gingen losjes gekleed in panter- en leeuwenhuiden en hadden langwerpige bogen, vervaardigd van palmhout, van zeker 1,85 meter lengte[7] en daarbij korte pijlen van riet, waarop in plaats van een ijzeren punt een scherp gemaakte steen zat, zo een waarmee ze zegelringen ingraveren. Verder droegen zij lansen met aan het uiteinde de hoorn van een gazelle, zo scherp als een lanspunt. Zij hadden ook knuppels met daarop knoppen. Wanneer zij aan een gevecht begonnen, smeerden zij steeds de ene helft van het lichaam helemaal in met krijt, de andere helft met menie.[8] De Arabieren en de Ethiopiërs uit het gebied ten zuiden van Egypte stonden onder het bevel van Arsames, zoon van Dareios en Artystone, dochter van Kyros (zij was Dareios’ lievelingsvrouw, van wie hij een met de hamer gedreven,[9] gouden beeld had laten maken).

[70] Hun bevelhebber was dus Arsames, maar de Ethiopiërs uit het oosten (er namen twee groepen deel aan de veldtocht) zaten in één afdeling samen met de Indiërs; zij verschilden in uiterlijk in niets van de anderen, alleen in taal en haardracht. De Ethiopiërs uit het oosten dragen sluik haar, die uit Libya hebben van alle mensen het meest kroezige haar. Die uit Klein-Azië waren uitgerust bijna precies als de Indiërs, maar droegen over het hoofd de hoofdhuid van een paard, samen met oren en manen afgesneden. De manen voldeden als helmbos, de paardenoren hadden ze vastgestoken en rechtop gezet. In plaats van schilden maakten zij schermen van kraanvogelhuid.


[5] Zij worden slechts hier zo genoemd; misschien is het een verwijzing naar een vlakte met die naam, Amyrgion pedion (Gr. ἁμύργιον πεδίον), een verder onbekend gebied.

[6] Hier nog een onbeduidende commandant; in boek 8, hfdst. 126 e.v., is hij op de terugtocht naar Klein-Azië verantwoordelijk voor 60.000 manschappen die Xerxes escorteerden.

[7] De bogen waren vier el lang; een el bedraagt 46 cm.; het waren bogen die zich moeilijk lieten spannen (vgl. boek 3, hfdst. 21).

[8] In welke richting van het lichaam de kleuren (rood en wit) worden aangebracht, wordt niet duidelijk.

[9] Dit ten onderscheid van een gegoten beeld; het gieten van beelden was een specialisme van de Grieken.

Pagina's: 1 2 3 4