(4 van 4 pagina’s)
Onderwerpen op andere pagina’s:
Perzen, Meden e.a. – Baktriërs, Saken, Indiërs e.a. – Libiërs, Paflagonen e.a.
Nog meer volksstammen
[76] De …[14] die aan de veldtocht deelnamen, hadden kleine schilden van ruw rundleer en eenieder twee speren van Lykische makelij;[15] op het hoofd droegen zij een helm van brons. Aan de helm zaten van brons gemaakte runderoren en -hoorns; erbovenop stak een helmbos. Zij hadden om hun schenen donkerrode lappen stof gewikkeld.[16] In hun land kennen ze een orakel van Ares.[17]
[77] De Meionische Kabeleën,[18] ook genoemd ‘Lasoniërs’, hadden dezelfde uitrusting als de Kilikiërs; ik zal die later beschrijven, wanneer ik over hun onderdeel kom te spreken.[19] De Milyërs hadden korte lansen en droegen kleren die zij om hun lichaam met gespen hadden vastgemaakt. Sommigen van hen droegen Lykische bogen en een van leer gemaakt hoofddeksel. Zij allen stonden onder aanvoering van Badres, zoon van Hystanes.
[78] De Moschen droegen een hoofddeksel van katoen, hadden kleine schilden en korte lansen met daarop lange punten. De Tibarenen, Makronen en Mossynoiken namen deel aan de veldtocht in dezelfde uitrusting als de Moschen. Zij stonden onder het bevel van de volgende aanvoerders: de Moschen en Tibarenen onder Ariomardos, zoon van Dareios en Parmys, de dochter van Kyros’ zoon Smerdis, de Makronen en Mossynoiken onder Artaÿktes, zoon van Cherasmis, de stadhouder van Sestos aan de Hellespont.
[79] De Maren droegen op hun hoofd voor hun streek typische, gevlochten helmen en hadden kleine schilden van dierenhuid en speren. De Kolchiërs droegen op hun hoofd helmen van hout, kleine schilden van ruw rundleer en korte lansen; verder hadden zij dolken. De Maren en de Kolchiërs stonden onder het bevel van Farandates, zoon van Teaspis. De Alarodiërs en Saspeiren namen deel aan de veldtocht met precies dezelfde bewapening als de Kolchiërs. Zij stonden onder het bevel van Masistios, zoon van Siromitras.
[80] De stammen die meekwamen vanuit de eilanden in de Rode Zee[20] en die waar de Perzische koning de mensen onderbrengt die ze ‘ballingen’ noemen, droegen kledij en wapens die het meest leken op die van de Meden. Die eilandbewoners stonden onder het bevel van Mardontes, zoon van Bagaios, die in het daaropvolgende jaar in het gevecht de dood vond als legeraanvoerder bij Mykale.[21]
[14] De brontekst is lacuneus; er ontbreekt de naam van minstens één volk.
[15] Het manuscript is tweeduidig: i.p.v. λυκιοεργέας, de term die is vertaald met ‘van Lykische makelij’, kan ook λυκιοργέας, i.e. voor de wolvenjacht, worden gelezen.
[16] Een armoedige wijze om de onderbenen tegen de kou (en verwondingen) te beschermen; de Grieken zelf gebruikten vilt op deze manier om zich warm te kleden.
[17] Deze god, zeldzaam genoeg met een orakel verbonden, werd vooral in het zuid-westen van Klein-Azië vereerd; het niet nader te benoemen volk zou uit die streek kunnen komen en het meest in aanmerking komen de Solymen (Gr. Σόλυμοι) in Pisidia, met als belangrijkste stad Termessos (zie Matthew Gonzales, The Oracle and Cult of Ares in Asia Minor, in: Greek, Roman and Byzantine Studies 45 (2005), pp. 261-283.
[18] In boek 1, hfdst. 7, legt de schrijver uit dat Meiones de oude (Homerische) benaming is voor de Lydiërs.
[19] Zie hfdst. 91.
[20] In de Rode Zee liggen geen eilanden van noemenswaardige omvang die troepen hebben kunnen leveren; bedoelt de schrijver de Perzische Golf?
[21] Mardontes was een jaar later dus vlootcommandant geworden.