Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Xerxes’ manschappen

(3 van 4 pagina’s)

Onderwerpen op andere pagina’s:
Perzen, Meden e.a.Baktriërs, Saken, Indiërs e.a.nog meer volksstammen

Libiërs

[71] De Libiërs liepen in leren kledij; zij gebruikten werpspiesen met punten die zij in vuur hadden gehard. Als hun aanvoerder was Massages, zoon van Oarizos, aangesteld.

Paflagonen e.a.

[72] De Paflagonen namen deel aan de veldtocht met een gevlochten helm op hun hoofd, kleine schilden, niet al te lange lansen, daarbij werpspiesen en dolken, aan hun voeten voor hun streek typische laarsen die tot de helft van hun schenen reikten. Met dezelfde uitrusting als de Paflagonen namen ook de Ligyërs, de Matiënen, de Mariandynen en de Syriërs deel aan de veldtocht. Die laatsten worden door de Perzen ‘Kappadokiërs’ genoemd. De Paflagonen en de Matiënen stonden onder het bevel van Dotos, zoon van Megasidros, de Mariandynen, de Ligyërs en de Syriërs onder dat van Gobryas, zoon van Dareios en Artystone.

Frygiërs en Armeniërs

[73] De uitrusting van de Frygiërs had, op een enkele variatie na, het meeste weg van die van de Paflagonen. De Frygiërs werden volgens de Makedoniërs ‘Brigen’ genoemd in de periode dat zij in Europa waren en hun woongebied deelden met de Makedoniërs, maar na hun vertrek naar Klein-Azië namen zij mét het veranderen van hun leefomgeving ook een andere naam aan. De Armeniërs hadden dezelfde uitrusting als de Frygiërs: zij waren kolonisten uit Frygia. Het bevel over hen beide voerde Artochmes, echtgenoot van een dochter van Dareios.[10]

Lydiërs en Mysiërs

[74] De Lydiërs droegen wapens die het dichtst in de buurt kwamen van die van de Grieken. Vroeger heetten de Lydiërs ‘Meionen’, maar zij veranderden die naam en lieten zich noemen naar Lydos, zoon van Atys. De Mysiërs droegen een voor hun streek typische helm op het hoofd en kleine schilden en gebruikten werpspiesen met punten die zij in vuur hadden gehard. Zij waren kolonisten uit Lydia en werden naar de berg Olympos[11] ‘Olympiënen’ genoemd. De Lydiërs en Mysiërs stonden onder het bevel van Artafrenes, zoon van Artafrenes; dat was de man die samen met Datis Marathon binnenviel.[12]

Thrakiërs

[75] De Thrakiërs namen deel aan de veldtocht met als hoofdbedekking vossenhuiden, over het lichaam een hemd en daarbij een bontgekleurde kaftan, losjes gedrapeerd, aan de voeten en over de schenen laarsen van hertenvel. Verder hadden zij werpspiesen, halve schilden[13] en kleine dolken. Toen zij naar Klein-Azië waren overgestoken, werden zij ‘Bithyniërs’ genoemd. Daarvóór heetten zij naar eigen zeggen ‘Strymoniërs’, omdat zij aan de Strymon leefden, maar volgens hen werden zij uit hun woongebied verdreven door de Teukren en de Mysiërs. Bassakes, zoon van Artabanos, was de legeraanvoerder van de Thrakiërs uit Klein-Azië.


[10] De schrijver geeft hier niet de naam van de vader op; wschl. is zijn bron in gebreke gebleven.

[11] De Olympos in Noord-Mysia wel te verstaan, huidig Uludag.

[12] In boek 6, hfdstk. 94, worden Mardonios’ ontslag als bevelhebber van de Perzische troepen en de aanstelling van Artafrenes en Datis beschreven.

[13] De tekst maakt melding van de peltè (Gr. πέλτη), een licht schild in de vorm van een halve maan; de Grieken noemden lichtbewapende soldaten peltasten (Gr. πελτάσται), zwaarbewapende soldaten hoplieten (Gr.ὁπλῖται), want deze droegen een groot schild, hoplon (Gr. ὅπλον).

Pagina's: 1 2 3 4