(pagina 13 van 31)
Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 2-4, 5-6, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 40-41, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen
Athene provocateur; de prestaties van de Eretriërs onderbelicht
[24] Wanneer hij in het vervolg de gebeurtenissen rondom Sardes beschrijft, heeft hij zijn best gedaan de actie af te kraken en in een kwaad daglicht te stellen. Hij heeft het lef gehad de schepen die de Atheners hebben gestuurd om de Ioniërs bij hun opstand tegen de koning te assisteren, de ‘aanstichters van ellende’ te noemen,[78] omdat ze hebben geprobeerd zulke geweldige en grote Griekse steden te bevrijden van de buitenlanders.
De Eretriërs echter heeft hij slechts terloops genoemd, maar… géén woord over een beroemde prestatie van formaat. Toen de ineenstorting van Ionia bekend was geworden en de Perzische vloot naar hen opstoomde, waren zij direct uitgevaren om een treffen aan te gaan en hebben zij de Kyprioten in een gevecht op de Pamfylische Zee verslagen. Daarna zijn zij teruggekeerd en vielen, na hun schepen in Efese te hebben achtergelaten, Sardes aan. Artafernes had zijn toevlucht op de burcht gezocht en is door hen belegerd, waarmee zij de bedoeling hadden het beleg van Milete op te heffen. Daarin zijn zij geslaagd en zij hebben de vijanden, die buitengewoon angstig waren geworden, daarvandaan verdreven. Geconfronteerd met een overmacht aan manschappen trokken zij zich terug. Dit heeft onder anderen Lysanias van Mallos verteld in zijn Geschiedenis van Eretria.[79]
Het was mooi geweest om, ook zonder enige aanleiding, naast de inname en verwoesting van de stad deze heldendaad en krachttoer erbij te vermelden. Nee, dat niet. Hij vermeldt wel dat zij, verslagen door de buitenlanders, tot aan hun schepen toe werden opgejaagd. Zoiets wordt echter door Charon van Lampsakos helemaal niet beschreven. Dit is wat hij letterlijk schrijft: “De Atheners voeren met twintig slagschepen uit om de Ioniërs bij te staan, gingen op legerexpeditie naar Sardes en namen heel Sardes in op de koninklijke burcht na. Toen ze dat hadden gedaan, keerden zij terug naar Milete.”[80]
Spartaanse inmenging in toenadering van de Plataiërs tot Athene
[25] Wanneer hij in het zesde boek over de Plataiërs vertelt dat zij zich overgaven aan de Spartanen, maar deze hen aanspoorden om zich eerder tot de Atheners te wenden, omdat zij dichter bij hen woonden en geen slechte helpers waren, voegt hij hieraan toe, niet op grond van vermoedens of meningen, maar alsof hij het zeker weet, dat de Spartanen dat advies gaven niet zozeer uit goede bedoelingen met de Plataiërs, als wel omdat zij wilden dat de Atheners in de problemen kwamen, wanneer zij aan Boiotiërs steun verleenden.[81] Als het dus niet aan de kwaadaardigheid van Herodotos ligt, dan zijn de Lakedaimoniërs sluw en kwaadaardig en de Atheners zo onnozel om zich om de tuin te laten leiden en de Plataiërs… die zijn tussen hen in beland om als excuus te dienen voor oorlog, niet omdat er van goede bedoelingen en respect sprake was.
[78] Zie Herodotos, Hist. 5.97: “Die schepen waren het begin van ellende tussen de Grieken en Perzen”, αὗται δὲ αἱ νέες ἀρχὴ κακῶν ἐγένοντο Ἕλλησι τε καὶ βαρβάροισι.
[79] Dit is de enige plek waar Lysanias van Mallos met zijn werk wordt genoemd, vgl. Muller, FGH vol. 4 (1851), p.441.
[80] Dit citaat van Charon van Lampsakos is opgenomen in Muller, FGH vol. 1 (1951), p.21, fr. 2.
[81] Zie Herodotos, Hist. 6.108.
Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31