(pagina 2 van 31)
Andere hoofdstukken: inleiding, 2-4, 5-6, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 40-41, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen
Een auteur met kwaadaardige intenties
[1] Velen, Alexander,[2] zijn door de stijl van schrijven van Herodotos misleid, als zou deze eenvoudig en achteloos zijn en luchtig de onderwerpen behandelen. Méér mensen echter hebben die ervaring, waar het zijn karakter betreft. Het is, zoals Plato zegt, niet alleen een teken van extreme onrechtvaardigheid de indruk te willen wekken rechtvaardig te zijn, als je dat níet bent,[3] maar ook een teken van een uiterst slecht karakter je voor te doen als minzaam en ongecompliceerd, maar in werkelijkheid kwaadaardig te zijn. Nu hij zijn kwaadaardigheid heeft gericht op metname de Boiotiërs en de Korinthiërs,[4] zonder ook maar iemand anders te sparen, vind ik het mijn plicht om op te komen voor onze voorouders[5] en voor de waarheid juist in dit deel van zijn werk. Wie namelijk andere leugens en verzinsels wil aanpakken, zou vele boeken kunnen volschrijven.
“Het gelaat van Peitho[6] is indrukwekkend”, om met Sofokles te spreken,[7] en dat vooral wanneer deze in aangename taal ook nog eens zoveel aan kracht wint dat zij naast andere gekkigheden het karakter van de auteur verhult. Filippos zei tegen de Grieken die van hem overliepen en zich bij Titus aansloten,[8] dat ze hem verruilden voor een zachtere, maar langere halsband. Het slechte karakter van Herodotos is beslist zachter en milder dan dat van Theopompos,[9] maar zit strak en doet meer pijn, zoals een luchtstroom die geniepig door een kier langs ons heen tocht, meer dan een die over ons heen blaast. Het lijkt mij verstandig om alles wat bij wijze van spreken de sporen en kenmerken zijn van een betoog dat in z’n geheel niet zuiver en goed bedoeld, maar kwaadaardig is, aan een toets te onderwerpen en, wanneer daaruit overeenstemming blijkt, alles wat we onderzoeken daar onder te brengen.
[2] De schrijver richt zich tot iemand uit zijn kennissenkring, die ons niet nader bekend is.
[3] Plato, Politeita 361a, ἐσχάτη γὰρ ἀδικία δοκεῖν δίκαιον εἶναι μὴ ὄντα.
[4] Vooral de Thebanen spelen bij Herodotos een dubieuze rol tijdens de Perzische oorlogen door hun pro-Perzische houding.
[5] De schrijver zelf is geboren in Chaironeia in het westen van Boiotia.
[6] ‘Overreding’, vrouwelijk wezen en personificatie van de kunst van het overtuigen.
[7] Citaat uit een verder onbekende tragedie van Sofokles (Nauck fr. 780); de schrijver citeert vaker uit de werken van deze tragediedichter, maar dit is de enige keer in dit essay van hem.
[8] Een verwijzing naar de tweede Makedonische oorlog en de slag bij Kynoskefalai (Thessalië) in 197 vC, tijdens welke het leger van Filippos V, koning van Makedonia, werd verslagen door dat van Romeins bevelhebber Titus Quinctius Flamininus, toen nog geen 30 jaar oud.
[9] Grieks geschiedschrijver uit de 4de eeuw vC, afkomstig van het eiland Chios; van zijn werk, hoofdzakelijk een geschiedenis van het oostelijk Middellandse Zeegebied, zijn slechts fragmenten overgeleverd.
Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31