(pagina 23 van 31)
Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 2-4, 5-6, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 37-38, 39, 40-41, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen
Deugen de Naxiërs niet?
[36] Het hoeft geen verbazing te wekken dat hij fel uithaalt naar pechvogels, wanneer hij degenen die zich bij de Grieken hadden gevoegd en samen met hen gevaren trotseerden, tot de vijanden en verraders rekent. “De Naxiërs stuurden drie slagschepen om aan Perzische kant deel te nemen aan de strijd, maar een van hun scheepscommandanten, Demokritos, haalde de anderen ertoe over voor de Grieken te kiezen.”[159] Hij kan blijkbaar niet complimenteus zijn zonder af te breken: om één man lof toe te zwaaien, moet de reputatie van een hele stad en haar bevolking eraan geloven.
Hij wordt echter tegengesproken door een oudere schrijver, Hellanikos, en een jongere, Eforos.[160] Uit onderzoek van de een volgt dat de Naxiërs met zes schepen de Grieken te hulp zijn geschoten, uit dat van de ander met vijf schepen. Herodotos zelf geeft het bewijs dat hij dat volledig uit zijn duim heeft gezogen. De geschiedschrijvers[161] uit Naxos zeggen dat zij daarvóór Megabates hadden weggejaagd, toen hij met tweehonderd schepen op hun eiland afstevende,[162] en ook nog legeraanvoerder Datis hadden verdreven, nadat hij hun tempels in de as had gelegd, maar geen poging had gedaan de Naxiërs enig kwaad te doen.[163] Als ze inderdaad, zoals Herodotos elders heeft verteld,[164] hun stad in de as hadden gelegd en de bevolking een veilig heenkomen had gezocht in de bergen, hadden zij zeker ‘een goede reden’ om hulp te sturen aan degenen die hun vaderland hadden verwoest, en niet voor degenen die voor de vrijheid van allen vochten, op te komen.
Hij is duidelijk dat zijn verhaal een verzinsel is, want hij wilde Demokritos niet prijzen, maar de Naxiërs te schande maken. Hij houdt zich volledig stil en wijdt geen enkel woord aan de heldhaftige prestatie van Demokritos waaraan Simonides in een epigram aandacht heeft geschonken:
“Demokritos was de derde aanvoerder in de strijd, toen bij Salamis
de Grieken met de Perzen op zee slaags raakten;
hij maakte vijf schepen op de vijanden buit en voorkwam
dat een zesde, Dorisch schip in handen kwam van de buitenlanders.“[165]
[159] Deze woorden zijn een vrije interpretatie van het verslag in Hist. 8.46; overigens hebben volgens Herodotos (ibidem) de Naxiërs niet drie, maar vier schepen geleverd.
[160] Het gaat om schrijvers uit resp. de 5de en 4de eeuw vC.
[161] De schrijver heeft het om precies te zijn over schrijvers van jaarboeken, annalisten (Gr. ὠρογράφοι).
[162] Herodotos beschrijft hoe Megabates, de door Artafrenes aangewezen vlootcommandant, na een vergeefs beleg van vier maanden afdroop (Hist. 5.32-34).
[163] De brontekst is lacuneus; de vertaling leunt zwaar op het bericht van Herodotos (Hist. 6.96) over Datis’ landing op Naxos, waar deze overigens volgens de schrijver wél Naxiërs die hij te pakken kon krijgen, tot slaaf liet maken.
[164] Zie Herodotos, Hist. 6.96.
[165] Edmonds, Lyra Graeca, ed. Loeb (1924), dl. II, pag. 378, fr. 165 (= Anth. Lyr. Graeca II, p. 85).
Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31