Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Ploutarchos over Herodotos

(pagina 26 van 31)

Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 2-4, 5-6, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen

Themistokles weggezet als een dief

[40] Eerst laat hij zich volledig gaan met zijn beschuldigingen aan het adres van Themistokles, dat deze onophoudelijk de eilanden berooft en zich verrijkt zonder dat de andere legeraanvoerders hiervan op de hoogte zijn. Dan pakt hij de Atheners zelf de overwinningskrans af en geeft die aan de Aigineten. Ik citeer: “Toen de Grieken hun eerste keuze uit de buit naar Delfi hadden gestuurd, vroegen ze de god tegelijk of de geschenken die hij had gekregen voldoende en naar zijn smaak waren. Dat gold, zo luidde het antwoord, zeker voor de rest van de Grieken, niet voor de Aigineten. Hij eiste van hen de heldenprijs van het zeegevecht bij Salamis op.”[183] Niet langer legt hij zijn eigen verzinsels Skythen, Perzen en Egyptenaren in de mond, zoals Aisopos dat doet bij raven en apen.[184] Nee, in de persoon van Pythios[185] onthoudt hij Athene de heldenprijs voor de overwinning bij Salamis.

Op de Isthmos kreeg Themistokles de tweede prijs, omdat iedere legeraanvoerder zichzelf de eerste prijs gaf en hém de tweede, maar tot een beslissing was het niet gekomen. Hij had de eerzucht van de legeraanvoerders moeten bekritiseren, maar laat weten dat alle Grieken wegvoeren, omdat zij afgunstig waren en de man niet wilden uitroepen tot de beste.

Spartaanse rol in de slag bij Plataiai is overdreven

[41] In zijn negende en laatste boek doet hij z’n best om het laatste restje weerzin dat hij tegen de Lakedaimoniërs koestert te ventileren en heeft hij de stad de beroemde overwinning en het daverende succes bij Plataiai ontnomen. Hij schreef namelijk: “Aanvankelijk waren zij bang dat de Atheners door Mardonios zouden worden omgepraat en de Grieken in de steek lieten. Nu de Isthmos met een muur was versterkt, dachten zij dat de Peloponnesos veilig was, bekommerden zich niet langer om de anderen en zagen hen niet staan. Thuis werd er feestgevierd, terwijl zij de gezanten van de Atheners om de tuin leidden en aan het lijntje hielden.”[186]

Hoe kon het toch gebeuren dat vijfduizend Spartanen naar Plataiai oprukten, terwijl eenieder van hen zeven heloten[187] bij zich had? Hoe konden zij, na zo groot gevaar over zich te hebben uitgeroepen, de overwinning behalen en vele tienduizenden verslaan? Luister naar zijn aannemelijke[188] reden: “Het toeval wilde dat in Sparta een man uit Tegea woonde met de naam Cheileos, met wie enkele eforen bevriend waren en een zakelijke relatie hadden. Deze man haalde hen ertoe over het leger eropuit te sturen met als argument dat de Peloponnesiërs niets aan de muur dwars over de Isthmos hadden, wanneer de Atheners voor de kant van Mardonios kozen.”[189] Dit zorgde ervoor dat Pausanias met het leger naar Plataiai oprukte. Als die Cheileos door persoonlijke omstandigheden in Tegea was gebleven, had dat het einde van Griekenland betekend.


[183] Vooral Polykritos blonk in het zeegevecht bij Salamis uit namens de Aigineten (zie Herodotos, Hist. 8.93); zijn prijs werd nu door Apollo opgeëist (de woorden zijn een letterlijk citaat uit Herodotos, Hist. 8.122).

[184] De fabels van Aisopos zijn een verzameling stichtelijke verhalen met dieren in de hoofdrol.

[185] ‘Pythische (god)’ (Gr. Πύθιος) is de bijnaam van de god Apollo.

[186] Geen regelrecht citaat, maar een parafrase van Herodotos, Hist. 9.7-8.

[187] Dit waren de ‘staatsslaven’ (Gr. εἱλῶται), door de Lakedaimoniërs onderworpen oorspronkelijke bevolking van Lakonia en Messenia.

[188] Zeer ironisch op te vatten.

[189] Ook dit is een parafrase van Herodotos, Hist. 9.9.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31