Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Ploutarchos over Herodotos

(pagina 3 van 31)

Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 5-6, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 40-41, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen

Overdreven kritiek

[2] Ten eerste heeft degene die bij een relaas van de gebeurtenissen de boosaardigste woorden en formuleringen gebruikt, terwijl er passendere alternatieven zijn, niet de juiste intenties, maar geniet er blijkbaar van zijn onderwerp expliciet te bespreken. Hoewel hij bijvoorbeeld van Nikias kan zeggen dat hij te veel naar bijgelovigheid neigt, noemt hij hem ‘een bezetene’ of maakt hij bij Kleon eerder melding van ‘overmoed’ en ‘verdwazing’ dan ‘onbedachtzaamheid’.[10]

Nadruk op het negatieve

[3] Ten tweede pakt de schrijver hém stevig aan die toevallig een fout maakt die met z’n verhaal niets van doen heeft, en haalt die aan bij onderwerpen die daar helemaal niet om vragen. Door echter in zijn betoog uit te weiden en eromheen te draaien met als doel een tegenvaller of dwaze en ongelukkige actie in te lassen geeft hij er blijk van genoegen te scheppen in kwaadsprekerij. Het is om die reden dat Thoukydides[11] zich in zijn betoog op de oppervlakte hield, hoe talloos de misstappen van Kleon ook waren. Hij heeft één woord gewijd aan populist Hyperbolos[12] en hem een verachtelijk persoon genoemd[13] maar hem verder met rust gelaten. Filistos liet alle misdrijven van Dionysios,[14] begaan tegen buitenlanders, onvermeld, voorzover die niet met Griekse onderwerpen te maken hadden. Uitweidingen immers en uitstapjes worden vooral gedaan in mythen en geschiedkundige werken en daarnaast misschien in lofredes. Wie in zijn verhaal van het belasteren en zwart maken zijdelingse opmerkingen maakt, lijkt slachtoffer te zijn van de vloek van de tragediedichters als “verzamelaar van de tegenslagen van stervelingen”.[15]

Het positieve onvermeld laten

[4] Het is verder voor eenieder duidelijk dat het tegenovergestelde hiervan het verzwijgen van wat keurig en correct is. Dit lijkt niet iets laakbaars te zijn, maar gebeurt wel uit kwaadaardigheid, uitgerekend wanneer de verzwijging een onderwerp betreft dat onderdeel is van het verhaal. Onoprecht complimenteus zijn is net zo ongepast als met plezier zwart maken, misschien nóg erger dan ongepast.


[10] Nikias en Kleon waren na de dood van Perikles de belangrijkste politici tijdens de Peloponnesische oorlog; waar de eerste voorstander was voor een gematigde strategie, had Kleon een slechte naam door zijn radicale houding tegenover de Spartanen.

[11] Auteur van de ‘Historiën’, Historiai (Gr. Ἱστορίαι), over de Peloponnesische oorlogen (431-404 vC) en door de schrijver hogelijk bewonderd.

[12] Atheens lampenfabrikant die in 417 vC tot ostracisme opriep tegen Alkibiades en Nikias, maar er zelf slachtoffer van werd en naar Samos vertrok; Thoukydides en komediedichter Aristofanes oordelen zeer negatief over hem.

[13] Thoukydides, Hist. 8.73: μοχθηρὸν ἄνθρωπον.

[14] Filistos was een invloedrijk staatsman en geschiedschrijver in dienst van Dionysios I en II, tirannen van Syracuse; hij was de schrijver van een geschiedenis van Sicilië, Sikelika (Gr. Σικελικά), waarvan slechts enkele fragmenten bewaard zijn gebleven.

[15] Elders geeft hij een vollediger citaat: “moge jij omkomen, jij die de tegenstlagen van stervelingen verzamelt”, ὄλοιο θνητῶν ἐκλέγων τὰς συμφοράς (Ploutarchos, De curiositate 520b = Nauck p. 913).

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31