Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Ploutarchos over Herodotos

(pagina 4 van 31)

Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 2-4, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 40-41, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen

Voorkeur voor de slechtste versie

[5] Een vierde teken van een onvriendelijke manier van geschiedschrijving vind ik de voorkeur voor de slechtste versie, als je over hetzelfde onderwerp er twee of méér van hebt. Deskundigen mogen voor hun broodwinning of aanzien soms kiezen voor de slechtste versie en die mooier voorstellen dan die is. Het onderwerp wordt door hen namelijk niet erg overtuigend gebracht en ze geven toe vaak het onwaarschijnlijke aan te grijpen om ongeloofwaardige dingen te rechtvaardigen. De geschiedschrijver echter handelt juist, wanneer hij naar waarheid vermeldt wat hij weet en in geval van onduidelijkheid als zijn mening geeft dat op een eerlijke wijze eerder positieve dan negatieve zaken worden besproken.

Er zijn veel schrijvers die negatieve zaken onvermeld laten. Eforos bijvoorbeeld zei met stelligheid over Thoukydides dat deze op de hoogte was van het verraad van Pausanias en zijn onderhandelingen met de aanvoerders van de koning, “maar hij liet zich niet overhalen en ging niet in op zijn aanbod en uitnodiging voor een gezamenlijke toekomst.” Thoukydides keurde dat verhaal af en liet het helemaal weg.

Altijd op zoek naar verwerpelijke motieven

[6] Wie verder negatieve vermoedens uitspreekt over gebeurtenissen waarover consensus bestaat dat ze hebben plaatsgevonden, maar geen duidelijk motief of gedachte achter het gebeurde hebben, is vooringenomen en kwaadaardig. De komediedichters bijvoorbeeld proberen duidelijk te maken dat Perikles de oorlog liet uitbreken om Aspasia of Feidias, níet omdat hij uit ambitie of eerzucht de Spartaanse aspiraties de kop in wilde drukken en voor ook maar één Lakedaimoniër wilde onderdoen.

Als iemand een kwalijk motief zoekt achter roemrijke prestaties en daden die lof oogsten en ze met lasterpraatjes wil zwartmaken, tot vreemde verdachtmakingen toe over de schimmige keuze van hun hoofdpersoon, en dat zonder de verrichting zelf duidelijk te kunnen bagatelliseren, is het evident dat hij geen gebrek heeft aan een flinke dosis afgunst en kwaadaardigheid. Je hebt bijvoorbeeld mensen die de moord op tiran Alexandros[16] door Thebe niet wijten aan verhevenheid of afkeer van verdorvenheid, maar daarin de consequentie zien van jaloezie en emotie van een vrouw.[17] Ook heb je mensen die beweren dat Cato[18] zichzelf van het leven heeft beroofd, omdat hij bang was op schandelijke wijze door Caesar terechtgesteld te zullen worden.


[16] Bedoeld wordt Alexandros van Ferai in Thessalië, de tiran die regeerde in de jaren 369-356 vC en berucht was om zijn wreedheden.

[17] Strikt genomen was Thebe, vrouw van Alexandros, niet degene die hem vermoordde, maar waren dat haar drie broers, die haar wilden bevrijden van de terreur en wreedheid van haar echtgenoot.

[18] Zgn. Cato Minor, de jongere, die tijdens de Romeinse burgeroorlog van 49-46 vC voor de zijde van Pompeius koos en in de slag bij Thapsos (Noord-Afrika) in 46 vC door de troepen van Caesar werd verslagen; vanwege zijn zelfgekozen dood in het verderop gelegen Utica heeft hij de bijnaam Uticensis gekregen.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31