Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Ploutarchos over Herodotos

(pagina 6 van 31)

Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 2-4, 5-6, 7-10, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 40-41, 42, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen

Slachtoffers bekritiseerd, wandaden verdedigd

[11] Op de allereerste plaats begint hij, bij wijze van spreken dicht bij de haard, bij Io, dochter van Inachos. Alle Grieken denken dat zij door de buitenlanders is verafgood en vereerd, vanwege haar bekendheid haar naam aan vele zeeën en de grootste zeestraten heeft nagelaten en startpunt en bron geworden is van de voornaamste vorstenhuizen.[22] De beste man[23] zegt dat zij zich aan Foenicische handelaren had uitgeleverd. Zij liet zich uit vrije wil door de kapitein verleiden en was bang dat zwangerschap haar zou verraden. Hij laat de Foeniciërs dat over haar zeggen, maar dat is gelogen. Na te hebben beweerd dat Perzen die er verstand van hebben, zweren dat de Foeniciërs Io samen met andere vrouwen hebben geroofd, laat hij meteen weten te denken dat de prachtigste en grootste prestatie van Griekenland, de Trojaanse oorlog, uit onnozelheid voortkwam en om een waardeloze vrouw ging.

“Ze zouden ongetwijfeld zich niet laten meevoeren, als ze het zelf niet wilden,” zegt hij.[24] Laten we het er maar op houden dat ook de goden domme dingen doen. Ze maken zich om de verleiding van de dochters van Leuktros kwaad op de Lakedaimoniërs[25] en straffen Aias voor het verkrachten van Kassandra. Ongetwijfeld zouden ze in de gedachtegang van Herodotos niet verkracht worden, als ze dat zelf niet wilden. Hij zegt verder dat Aristomenes zelf door Lakedaimoniërs levend is meegevoerd.[26] Later overkwam Filopoimen, de legeraanvoerder van de Achaiërs, precies datzelfde[27] en hebben Karthagers Regulus gevangengenomen, de Romeinse consul.[28] Het is niet zo eenvoudig dapperdere en vechtlustigere mannen dan deze te vinden! Het mag toch geen verbazing wekken, wanneer ook panters en tijgers levend door mensen worden gevangen? Herodotos bekritiseert de vrouwen die zich lieten verleiden en komt op voor hun ontvoerders.

Niet-Grieken hebben een streepje voor

[12] Hij is zó voor de buitenlanders, dat hij Bousiris vrijpleit van vermeende mensenoffers en moord op vreemdelingen,[29] met bewijzen aankomt voor de grote vroomheid[30] en rechtvaardigheid bij alle Egyptenaren en die smet en bloeddorst op Grieken afwentelt. In het tweede boek zegt hij: “Toen hij Helena van Proteus had teruggekregen en door hem met grote geschenken werd geëerd, veranderde Menelaos in een zeer misdadig en slecht mens.[31] Omdat hij aan wal werd gehouden en niet kon uitvaren, bedacht hij iets afschuwelijks: hij liet twee kleine kinderen uit de plaatselijke bevolking oppakken en ze als offerdieren afslachten. Hierom gehaat en achternagezeten ontkwam hij door met zijn schepen naar Libya te varen.”

Ik weet niet wie van de Egyptenaren dit verhaal heeft verteld. Het tegenovergestelde is het geval, want zowel Helena als Menelaos ontvangen van hen nog steeds veel eerbetoon.[32]


[22] Bedoeld worden de koninklijke families in Argos en Egypte.

[23] Wederom valt de naam van Herodotos niet; de schrijver noemt hem op ironisch toon ‘edel’, gennaios (Gr. γενναῖος).

[24] Herodotos geeft met deze woorden echter de mening van de Perzen weer (zie Hist. 1.4).

[25] De straf bestond er volgens de legende uit dat Lakedaimoniërs in 371 vC de slag bij Leuktra in Boiotia tegen de Thebanen onder aanvoering van Epaminondas verloren.

[26] Een vergissing van de schrijver, want Herodotos noemt hem in zijn werk nergens; Aristomenes was aanvoerder van de Messeniërs tijdens de tweede Messenische oorlog tegen Sparta (ca. 650 vC).

[27] Een verwijzing naar zijn dood als legeraanvoer van de Achaeïsche Bond bij een actie tegen de opstandige Messeniërs in het jaar 183 vC.

[28] Het argument van de schrijver is dat, als het aan Herodotos’ oordeel lag, de genoemde personen blijkbaar zich ‘uit vrije wil’ lieten meevoeren.

[29] Deze wilde geruchten wijt Herodotos aan de onwetendheid van hun verspreiders, die klakkeloos, ἀνεπισκέπτως, geloven wat er over Egyptische gebruiken wordt verteld (Hist. 2.45).

[30] Herodotos noemt de Egyptenaren ‘extreem gelovig’, θεοσεβέες περισςῶς (Hist. 2.37).

[31] Tot zover een zeer slordig citaat (vgl. Herodotos, Hist. 2.119); overigens laat Herodotos duidelijk weten dat hij het relaas van Egyptische priesters weergeeft (zie Herodotos, Hist. 2.118, begin).

[32] Van zijn kant is dit een niet-onderbouwde uitspraak.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31