Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Ploutarchos over Herodotos

(pagina 27 van 31)

Andere hoofdstukken: inleiding, 1, 2-4, 5-6, 7-10, 11-12, 13-14, 15-17, 18-20, 21, 22, 23, 24-25, 26, 27, 28, 29-30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37-38, 39, 40-41, 43, literatuur, persoonsnamen, plaatsnamen

Tegenstrijdig oordeel over Athene en andere steden

[42] Overigens weet hij niet goed zijn standpunt te bepalen ten opzichte van de Atheners. Nu eens hemelt hij hun stad op, dan weer kraakt hij haar af, eens is hij positief en een andere keer negatief. Toen er met de manschappen uit Tegea een discussie ontstond over de tweede rang in de slagorde, brachten zij volgens hem de Herakliden ter sprake en voerden hun verrichtingen tegen de Amazonen op en de graven van de Peloponnesiërs die aan de voet van de Kadmeia[190] waren gesneuveld. Tenslotte kwamen zij in hun argumentatie uit bij Marathon en spraken het verlangen uit – zo ambitieus waren zij wel – de aanvoering van de linkervleugel te krijgen.[191]

Even later lieten volgens hem Pausanias en de Spartanen het aanvoerderschap aan de Atheners over en nodigden ze uit om zich tegenover de Perzen op te stellen door de rechtervleugel van hen over te nemen en de linkervleugel aan hen over te dragen, omdat zij uit gebrek aan ervaring zich aan het gevecht tegen de Perzen wilden onttrekken.[192] Het is ronduit bespottelijk om niet bereid te zijn tot een gevecht, als jij je vijanden niet kent.

De overige Grieken echter werden door hun legeraanvoerders naar een ander legerkamp overgebracht. “Zodra zij zich in beweging hadden gezet, waren zij maar wat blij dat ze zich in Plataiai in veiligheid konden brengen, weg van de ruiters. Hun aftocht bracht hen bij het Heraion.”[193] Met deze mededeling heeft hij werkelijk bijna iedereen beschuldigd van insubordinatie, desertie en verraad. Uiteindelijk waren volgens hem de enigen die het tegen de Perzen opnamen en vochten de Lakedaimoniërs en Tegeaten, tegen de Thebanen alleen de Atheners.

Alle andere steden is zonder onderscheid door hem het militaire succes ontnomen. “Niemand had een aandeel aan het gevecht, iedereen zat bij hun wapens en liet de mannen die vlakbij voor hen streden in de steek en verraadden hen. Pas laat hoorden de mannen uit Fleious en Megara dat Pausanias aan het winnen was en toen zij optrokken en slaags raakten met de ruiterij van de Thebanen werden zij op smadelijke wijze in de pan gehakt. De Korinthiërs namen geen deel aan het gevecht, maar maakten zich na de overwinning over de heuvels uit de voeten om niet in handen te vallen van de Thebaanse ruiters.”[194] Toen het in de strijd tot een wending was gekomen, stelden de Thebanen hun ruiterij op vóór de Perzen en boden verbeten hulp door hun rugdekking te geven, zeker omdat zij dankbaar waren voor hun brandmerken bij Thermopylai.[195]

Waar opstelling de Korinthiërs stonden opgesteld in het gevecht tegen de Perzen en hoe groot de roem was die hen toekwam door de slag om Plataiai, kun je opmaken uit deze door Simonides opgetekende woorden:

“In het midden had je de bewoners van Efyra,[196] dat rijk is aan bronnen,
zeer getraind in moedig handelen in de oorlog,
én de inwoners van Glaukos’ woonplaats, de stad Korinthe,
die tot mooiste getuige van hun daden hebben gemaakt
het waardevolle goud aan de hemel;[197] deze verbreidt
wijd en zijd hun roem, zowel die van henzelf als van hun vaders.”[198]

Hij heeft dit verteld, niet door een koor in Korinthe op te voeren[199] of een lied aan de stad te brengen, maar eerder door die prestaties in een elegie[200] te beschrijven.

Herodotos echter dekt zich in tegen het bewijs dat hij liegt, voor het geval gevraagd wordt: “Hoe komt het toch dat er zoveel algemene graven, grafstenen en gedenkplaatsen voor gestorvenen zijn, waar nog steeds Plataiërs offers brengen in aanwezigheid van mede-Grieken?” Hij heeft, wat in mijn ogen erger is dan het verraad van medemensen, de volgende beschuldiging uitgesproken: “Alle overige graven die bij Plataiai te zien zijn, hebben ze, als ik wel geïnformeerd ben, stuk voor stuk, uit schaamte voor hun afwezigheid van het gevecht, de vorm van lege grafheuvels gegeven met het oog op het nageslacht.”[201] Herodotos is werkelijk de enige persoon die deze afwezigheid van het gevecht heeft begrepen als verraad. Pausanias, Aristeides, Spartanen, Atheners – ze hebben niet geweten dat Grieken het gevaar uit de weg liepen. De Atheners hebben ook niet de Aigineten, toch hun vijanden, geweerd van de inscriptie[202] en evenmin de Korinthiërs de schuld gegeven dat zij van Salamis wegvluchtten na de overwinning die daarvóór viel. Overigens nam Griekenland het voor de Korinthiërs op.  

Het was overigens de Plataiër Kleadas die volgens Herodotos tien jaar na de Perzische oorlogen als dankbetuiging aan de Aigineten een algemene grafheuvel oprichtte met hun namen daarop vermeld.

Wat is er tussen de Atheners en Lakedaimoniërs gebeurd? Het scheelde niet veel of zij kregen het toen direct met elkaar aan de stok om de oprichting van een overwinningsteken.[203] Maar de Grieken die zich laf hadden gedragen en waren weggelopen, hebben ze de onderscheidingen niet onthouden, maar lieten hun namen aanbrengen op de overwinningstekens en standbeelden en gaven hen een aandeel in de buit. Uiteindelijk lieten ze op het altaar[204] dit opschrift ingraveren:

“De Grieken hebben ooit door de kracht van Nike, door het werk van Ares,
luisterend naar de moedige instelling van hun geest,
de Perzen verdreven en voor het bevrijde Griekenland dit gemeenschappelijke
altaar, gewijd aan Zeus Eleutherios, opgericht.”[205]

 Had ook dit opschrift, beste Herodotos, afkomstig kunnen zijn van Kleadas of iemand anders die met de steden goede bedoelingen had? Waarom moeilijk doen door doelloos aarde op te hopen en onbezonnen te werk te gaan door grafheuvels en monumenten op te richten voor volgende generaties, terwijl zij zagen dat hun roem in een wij-inscriptie vastgelegd was op de beroemdste en grootste wijgeschenken? Sterker nog, volgens zeggen heeft Pausanias, toen hij al zon op alleenheerschappij, in Delfi deze inscriptie laten aanbrengen:

“Na de vernietiging van het leger van de Perzen heeft aanvoerder van de Grieken,
Pausanias, dit gedenkteken voor Foibos[206] opgericht.”

Hij deelt hoe dan ook zijn roem met de Grieken door zichzelf tot hun aanvoerder te verklaren. Omdat de Grieken dit niet acepteerden en hun kritiek uitten, hebben de Lakedaimoniërs gezanten naar Delfi gestuurd en de tekst laten wegbeitelen en, fatsoenlijk genoeg, de namen van de steden laten ingraveren.

Maar toch… hoe aannemelijk is het dat de Grieken het erg vonden niet vermeld te worden op de inscriptie, als zij zich schuldig voelden aan hun afzijdigheid van het gevecht, of dat de Lakedaimoniërs hun heerser en legeraanvoerder lieten wegbeitelen en de Grieken vermeldden die het gevaar uit de weg gingen en de andere kant uitkeken? Het ergste zou zijn, als Sofanes en Aeimnestos en allen die op excellente wijze aan dat gevecht hebben deelgenomen, zich eraan hadden geërgerd dat de Kythniërs en Meliërs niet vermeld stonden op de overwinningstekens. Herodotos echter schenkt de eer van het gevecht slechts aan drie steden; (de namen van) alle andere krabt hij weg van de overwinningstekens en tempels.


[190] ‘De Kadmische burcht’, andere benaming voor de stad Thebe, gesticht door Kadmos.

[191] Een uitgebreide beschrijving van deze discussie geeft Herodotos in Hist. 9.26-27; de leiding over de rechtervleugel (Sparta) was het meest eervol, op de tweede plaats kwam die over de linkervleugel.  

[192] Zie Herodotos, Hist. 9.46.

[193] Zie Herodotos, Hist. 9.52; het Heraion (Gr. Ἡραῖον) is de benaming voor een heiligdom van de godin Hera.

[194] Een parafrase van Herodotos, Hist. 9.69.

[195] Zoals beschreven in hfdst. 33.

[196] Homeros vertelt dat “er een stad Efyra is in een uithoek van het paardenvoedende Argos” (Ilias 6.152, ἐστὶ πόλις Ἐφύρη μυχῷ Ἄργεος ἱπποβότοιο); vgl. ook Ilias 6.210.

[197] Metafoor van de zon (vgl. de uitdrukking ‘koperen ploert’, maar dan in positieve zin).

[198] Zie Diehl, Anthologia Lyrica Graeca, vol. II, pp. 84-85.  

[199] Simonides van Keos was voornamelijk een koorlyrisch dichter.

[200] Net als in hfdstt. 36 en 39 betreffen het elegische disticha, dichtregels die telkens een combinatie bevatten van een dactylische hexameter (zesvoet) en een dactylische pentameter (vijfvoet).

[201] Citaat uit Herodotos, Hist. 9.85.

[202] De overwinningsinscripties op de wijgeschenken in Delfi zijn genoemd in hfdst. 39.

[203] De schrijver beschrijft zelf hoe door tussenkomst van Aristeides, de legeraanvoerder van de Atheense troepen bij Plataiai, de ruzie werd gesust: “door flink op zijn mede-aanvoerders in te praten en uitleg te geven (…) hield Aristeides ze tegen en overtuigde hen ervan de beslissing aan de Grieken over te laten”, πολλὰ παρηγορῶν καὶ διδάσκων τοὺς συστρατήγους ὁ Ἀριστείδης (…) ἔσχε καὶ συνέπεισε τὴν κρίσιν ἐφεῖναι τοῖς Ἕλλησιν (zie Ploutarchos, Leven van Aristeides, hfdst. 20).

[204] Het altaar was om de vier jaren het middelpunt van festiviteiten in Plataiai om de bevrijding van Griekenland te vieren.

[205] De brontekst luidt als volgt:
τόνδε ποθ᾽ Ἕλληνες Νίκης κράτει, ἔργῳ Ἄρηος
εὐτόλμῳ ψυχῆς λήματι πειθόμενοι,
Πέρσας ἐξελάσαντες, ἐλευθέρᾳ Ἑλλάδι κοινὸν
ἱδρύσαντο Διὸς βωμὸν Ἐλευθερίου
De Anthologia Palatina 6.50 geeft een iets andere versie:
τόνδε ποθ᾽ Ἕλληνες ῥώμῃ χερός, ἔργῳ Ἄρηος
εὐτόλμῳ ψυχῆς λήματι πειθόμενοι,
Πέρσας ἐξελάσαντες, ἐλεύθερον Ἑλλάδι κόσμον
ἱδρύσαντο Διὸς βωμὸν Ἐλευθερίου
“De Grieken hebben ooit met krachtige hand, door het werk van Ares,
luisterend naar de moedige instelling van hun geest,
de Perzen verdreven en als sieraad van vrijheid voor Griekenland
dit altaar, gewijd aan Zeus Eleutherios, opgericht.”

[206] Bijnaam van de god Apollo, ‘de stralende’ (Gr. Φοῖβος).

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31